zondag 8 februari 2026

De favoriete plek van Sati Dielemans – kunstredacteur van de OpNieuw

Het gerommel van de mensen is, net als het gescharrel van kauwtjes en kraaien, achtergrond voor het denken als ik door de buurt wandel. Een merel fluit, de wind ruist in de bomen, het zonlicht speelt met de bladeren van een boom langs de gracht en tussen de stenen steekt ergens een hele bos gele bloemetjes zijn kop op. Als het onverhoopt regent, verkleurt het asfalt van grijs naar diepzwart, wordt het stof afgevoerd via de goot en ruikt daarna alles frisser. Dat ik altijd een café of een boekhandel in kan lopen, stelt me gerust.

De stad is thuis. Dat komt voor een belangrijk deel omdat een stad tussenruimtes kent, plekken waar je thuis bent, maar niet in je eigen huis. Tussen de mensen zonder met hen te zijn. Bankjes op straat, winkels, bioscopen en natuurlijk bibliotheken. Het Pintohuis was als kind mijn favoriete plek in de buurt. Maar ik groeide op en ging reizen. In 2002 woonde ik een klein jaar in Shanghai. Daar was de hele stad tussenruimte. Er woonden toen al 13 miljoen mensen (inmiddels 24,9 miljoen). Zoveel mensen kun je nauwelijks huisvesten, dus een groot deel ervan is voortdurend op straat. De eerste dag voelde ik me vreemd hoekig tussen al die beweging, stond ik in de weg, maar al snel paste ik me aan en ging ik op in de stadse stroom van er zijn en er tegelijkertijd niet zijn. Mijn favoriete zijnstoestand.

Eten deed ik buiten de deur. Waarom koken als er vijf minuten van je huis iemand zoete broodjes stoomt voor het ontbijt, enorme trossen longan verkoopt of zoete aardappels roostert in een olievat. Teruglopend van werk naar huis, kwam ik langs een mevrouw die met een grote ketel bouillon en een tafel vol kommetjes en voorgesneden groentes op de stoep stond. Ik wees aan wat ik wilde, zij deed het in een soort diepe zeef aan een lange stok en liet die in de bouillon zakken. Zodra mijn groenten klaar waren, deed ze die in een kom met een lepel van de bouillon erbij en lente-uitjes erbovenop. Dan ging ik op een plastic krukje zitten, at mijn soep en keek om me heen. Tot ik plaats moest maken voor de volgende eter.

Nam Kee komt dichtbij het gevoel van zo’n eetgelegenheid in Shanghai. Je loopt erlangs op weg naar huis en besluit ter plekke dat je buik en je hart gevoed moeten worden. Of het regent, op straat of in je leven, en de gedachte aan de oesters van Nam Kee met een pot jasmijnthee maakt alles beter. Als je binnenkomt, wijst de serveerster je een tafel toe. Hier hoef jij geen keuzes te maken, alles wordt geregeld. Ze wacht tot je weet wat je wilt eten, maar als je er te lang over treuzelt, lijkt ze die keuze ook voor je te willen maken. Je bestelt en niet veel later staat je eten op tafel en verdwijnt alles dat je bezighoudt in de geuren van rijst, kip kerrie, choi sam met knoflook, de aardse geur van sojasaus en de hemelse geur van jasmijnthee. Ik kom er al 40 jaar en het eten is er nog altijd fantastisch. De bediening bemoeit zich niet met je, maar ze zijn altijd in de buurt mocht je iets nodig hebben. Je eet er alsof je thuis aan je eigen tafel zit en als je klaar bent, reken je af en vertrek je. De drukke Zeedijk op waar je gevoed en opgewarmd weer opgenomen wordt in het stromende leven van de stad.

donderdag 18 december 2025

To be used to be

Appie Bood is kunstenaar en nu, voor het eerst, ook curator van een kunstproject waarin hij zelf figureert, met als titel USE ME: as a subject, as an object, as an idea, indulge me, recycle me, use my past, my present, my future.

Appie stelde zich met zijn artistieke praktijk van ‘trauma overgave’ open voor vijf verschillende kunstenaars. Trauma overgave wordt door de begeleidende tekst bij de tentoonstelling omschreven als: “een radicale daad van openheid waarin hij zijn persoonlijke angsten, schaamte en traumatische ervaringen, inclusief psychiatrische rapporten, volledig beschikbaar maakte voor andere kunstenaars.”

Agata Zwierszynska, Aukje Dekker, Lisette Ros, Melle Hammer en Ray Fuego gingen ieder op hun eigen wijze door middel van kunst in gesprek met deze overgave van Appie.

Agata, naast kunstenares ook de partner van Appie, maakte een werk onder de titel Kitty Salon Care. Twee korte video’s, van Appie en van zichzelf, gebaseerd op een tiktok fenomeen dat “kitty salon care” genoemd wordt, waarin katten verwend worden alsof ze in een salon zijn. Appie en Agata worden ieder apart in een video uitgebreid vertroeteld, zoals dat op welness-plekken gebeurt, met maskers en zachte massage en crèmes, terwijl een voice-over verteld over hun leven en hun beider traumatische ervaringen. Het werkt vervreemdend om een serieus en bij vlagen verdrietig levensverhaal tot je te nemen in de vorm van een vakkundig gemaakte  tiktok-video met veel elementen uit de hedendaagse videografie in een eigen poëtische stijl.

Aukje Dekker en Appie Bood maakten samen het werk Ash. Aukje las een aantal pagina’s van Appie’s dagboek waarin hij onder andere schrijft over zijn COPD. Daardoor werd zij geconfronteerd met haar eigen rookverslaving. Toen Appie haar opzocht in Spanje, spraken ze veel met elkaar, terwijl ze daar als rokers vanzelfsprekend veel bij rookten. Maar over het roken zelf konden ze moeilijk spreken. Dit gegeven hebben ze samen verwerkt in een schilderij (dat bij nader inzien een foto blijkt te zijn) van een berg, of een berg as, dat is open voor interpretatie van de kijker, omlijst door sigarettenpeuken langs de rand. Het is een gelaagd kunstwerk dat me aan het lachen maakte, door de tegendraadsheid die er voor mij ook uit spreekt. Als ex-roker begrijp ik de behoefte om te roken die vaak gelijk opgaat met de behoefte om daarmee te stoppen.

Lisette Ros, maakte Presence in Absence een werk in een serie waarvoor zij eerder werk maakte. In dit geval een vloerinstallatie van met de hand gedraaide pillen, gebaseerd op de hoeveelheid stoffen die Appie dagelijks tot zich neemt. Voor de opening van de tentoonstelling maakte ze samen met Appie de pillen. In een aangrijpende performance bij de opening, te zien via de instagrampagina’s van de verschillende kunstenaars, gaan zij samen, geknield in een soort witte dwangbuizen, op zoek naar de juiste pil. In de periode dat de tentoonstelling loopt, gaat Appie meerdere keren per dag naar de galerie om zijn pillen te nemen uit de berg op de vloer. Zo zijn Appie’s dagelijks leven en het kunstwerk met elkaar vervlochten, zoals ook zijn trauma vervlochten is met zijn leven.  

Ook Melle Hammer koos met zijn werk Het smoel van trauma voor een vorm waarin Appie onderdeel is van het kunstwerk. Het werk begon met drie steentjes, die Appie gevonden heeft, elk met een eigen vorm en karakter. Deze steentjes hebben ze samen, onder begeleiding, in zilver gereproduceerd, afgewerkt en gepolijst. Daarna zijn de steentjes in zwartgrijze loden pagina’s geperst waar ze hun afdruk hebben achtergelaten. De loden pagina’s, ondersteund door en soms bedekt met een laag porseleingips, vormen een soort dossier. Het idee achter het kunstwerk en het proces van het maken ervan, is dat met elke bewerking, reproductie in zilver, persen in lood, lood ondersteunen en in vorm houden, de contouren van de steentjes steeds zachter worden en minder gedefinieerd, zoals een trauma. De oorspronkelijke steentjes zijn naar het graf van Appie’s eerste vrouw gebracht. Appie heeft de zilveren steentjes bij zich die passen in de afdrukken op de pagina’s en is daarmee de drager van het kunstwerk. Het kunstwerk kan dus alleen in zijn volledigheid beleefd worden in aanwezigheid van Appie. Dit vormgegeven archief van een afscheid maakte veel indruk op mij. Het is zwaar en licht door de materialen en de kleuren en vertelt zonder woorden een verhaal over het rituele aspect van afscheid nemen en herinneren.

Ook Ray Fuego, droeg met zijn werk getiteld Bolo dit entropia bij aan de opening van de tentoonstelling in de vorm van een performance, waarvan een klein, maar significant, stukje te horen is via de Instagram van Agata: “Als ik val mag ik dan breken in splinters en in brokken zodat je me niet kan lijmen. Geen enkele kunstenaar is heel. Er ontbreken stukjes in.”

Ik sprak met Appie in de galerie over de tentoonstelling en de werken die door en soms met hem tot stand gekomen zijn. Hij legde uit waarom hij deze vorm gekozen had, waarin hij als curator andere kunstenaars uitdaagt met zijn verleden en wat het met hem gedaan heeft.

Appie: “De aanleiding was eigenlijk dat ik met Agata samen iets zou gaan doen. Ze wilde dat ik met mijn medisch dossier mee zou doen in een filmpje van haar. Maar dat ging niet door en toen ben ik verder gaan denken over dat idee om mezelf kwetsbaar op te stellen in de kunst van anderen. Ken je het boek van Bessel van der Kolk, waarin hij over trauma schrijft en over het speelelement dat nodig is om je geschiedenis te overschrijven? Dat vond ik goed. Ik probeer met deze tentoonstelling spelenderwijs anderen en mezelf uit te dagen en daarmee ruimte te creëren rond trauma en wat daaromheen speelt, zoals angst en schaamte. Ik wilde in mijn rol als curator niet alleen vragen maar ook geven aan de kunstenaars. De ander en mezelf verassen door onderzoek via kunst. Dat dwingt ook mij om iedere keer opnieuw te kijken naar mijn geschiedenis. Alle kunstenaars zeiden meteen ja, zonder voorbehoud. En omdat ik me kwetsbaar opstelde, was er ook ruimte voor hen. Het meest bijzonder vind ik dat het onderzoek, dat ontstond vanuit een gedachte waarbij het eindresultaat niet vaststond, zulke goede kunstwerken heeft opgeleverd. Ik heb me ook echt opengesteld, omdat ik geloof dat kwetsbaarheid ook een kracht kan zijn. Ik denk dat trauma minder schadelijk is dan hoe we ermee omgaan, dan de schaamte en angst die het oproept. Ik wilde het begrip trauma ook meer ruimte geven met deze manier van werken. En ik ben verrast, en ook niet, want het zijn allemaal geweldige kunstenaars, door de kwaliteit van de kunstwerken die uit deze zoektocht naar kwetsbaarheid voortgekomen zijn. De mate waarin iedereen mij gebruikt heeft op zijn eigen manier en de kwaliteit van alle werken. De opening zelf was ook een soort kunstwerk, een ode aan het maken. Ik denk nog na over hoe ik de unieke sfeer van dat moment vast kan houden. Misschien dat ik nog een boekje maak van de tentoonstelling. Tot die tijd, is het werk in ieder geval te zien via de Instagram pagina’s van alle deelnemende kunstenaars.”

Instagram accounts

@appie.bood

@agata.zwierzynska

@aukjedekker

@lisetteros

@melle.Hammer

@therealbabyfuegod

@galeriedeschans

donderdag 25 september 2025

Muzikale Splendor in de Uilenburgerstraat

Splendor is een podium voor alle soorten muziek, een stichting, een werkgever, een plek waar veel vrijwilligers werken en een initiatief dat is ontstaan voor en door muziekliefhebbers. Splendor is verzonnen, opgericht en wordt beheerd door 55 muzikanten en hun publiek. Het zit op de hoek van de Uilenburgerstraat en de Oude Schans in een mooi oud badhuis. Recent is de naam in lichtletters aangebracht op de buitenkant van het gebouw.

Wat Splendor is

Bij Splendor kun je naar muziek luisteren van professionele muzikanten uit alle genres en windstreken die de top zijn in hun muziekstijl. Van het Concertgebouworkest en de Nationale Opera tot componisten, beoefenaars van klassieke Turkse muziek of elektronische muziekpioniers. Als bezoeker kun je van al dit moois genieten. Je kunt voor € 120 per jaar (of € 10 per maand) lid worden, Splendor steunen en 55 concerten van de leden bezoeken. Voor alle overige concerten die in Splendor georganiseerd worden, krijg je als lid van Splendor korting. Onder de 30 jaar betaal je € 5 per maand. Voor € 240 per jaar kun je een lidmaatschap nemen waarbij je bij elk concert iemand (anders) mag meenemen. Voor de concerten zijn ook altijd losse  kaartjes te koop.

Hoe het is ontstaan

Splendor is een idee dat ontstaan is uit de behoefte aan een ruimte voor muzikanten om te kunnen oefenen en om elkaar te kunnen inspireren. De Splendormusici treden eenmaal per jaar op voor de leden. In ruil daarvoor kunnen ze het gebouw gebruiken voor repetities en andere zaken. Ik sprak over het ontstaan met David Dramm, een van de oprichters. David: “In 1989 kwamen mijn vrouw en ik, beiden uit Amerika, in de Binnen Bantammerstraat wonen. In die tijd lazen wij de OpNieuw al. We probeerden Nederlands te leren en de krant te lezen. Dat bleek nog te moeilijk in het begin, maar de OpNieuw was leesbaar en voor ons interessant, omdat er ook toen al veel geschiedenis over de buurt in stond. Wij kregen onze eerste indruk over de Nieuwmarktbuurt echt via OpNieuw. Dus ik vind het heel leuk dat we er nu in komen.”

Omdat David en zijn vrouw beiden muziek maken, oefenden ze thuis en gaven ze toen al huiskamerconcerten. Ze hadden al vrij snel door dat ze meer ruimte nodig hadden. David: ”eigenlijk begon daarmee al de zoektocht naar een plek om muziek te kunnen maken zonder de buren te storen. Wilmar de Visser, die oefende in de IJsbreker toen het nog een muziekcafé was, was net als wij op zoek naar een plek om te oefenen en voor publiek te spelen. Alle leuke muziekcafés zijn eigenlijk gestart door muzikanten. Zo ook de IJsbreker en het Bimhuis dat ooit op de Oude Schans begon, hier om de hoek.”

Er was dus een wens en een idee en toen?

David: “We wisten dat we een netwerk hadden, want Wilmar kende heel veel muzikanten uit de groepen waarin hij speelde zoals het Nederlands Blazers Ensemble en het Radio Filharmonisch Orkest. Eigenlijk kent iedere muzikant weer andere muzikanten. De eerste 50 leden komen allemaal uit het adresboekje van Wilmar. We wisten ook dat we een beetje geld nodig hadden, dus we wierven obligatiehouders, leden en donateurs om de verbouwing en het beheer en gebruik van het gebouw te kunnen betalen. Het is echt gelukt door een netwerk van mensen die ons deze plek gunnen, ook bevriende advocaten en architecten en dergelijke.”

“De missie: Splendor is een culturele vrijplaats, waarin podiumkunstenaars onafhankelijk van overheid en politieke instanties kunnen maken waarvan zij vinden dat mensen dat moeten kunnen zien, voelen en horen."

David: “Dit model bestaat nergens anders. De meeste broedplaatsen zijn direct afhankelijk van de overheid en die moeten er ook zijn, maar wij wilden iets anders en dat is gelukt. Iedereen dacht in het begin dat het nooit zou werken in praktische zin, maar alles ontstaat ook nu nog uit de 55 muzikanten die het runnen met elkaar. De enige verplichting die we hebben, is dat we elkaar inspireren. En omdat de leden allemaal hun eigen netwerk hebben, kunnen ze ook zonder veel geld voor marketing altijd wel een zaal van 100 mensen vullen.“

En het gebouw?

David: “Ja, we hadden dus het idee en de mensen, maar nog geen gebouw. Dus we hebben de wethouder gevraagd of die iets wist. Uiteindelijk hebben we toestemming gekregen van het stadsdeel om dit gebouw te gebruiken. Zij hebben het casco opgeleverd en wij hebben de binnenkant gerenoveerd en geschikt gemaakt voor muziekoptredens. Het is een monumentaal pand dat is gebouwd in de stijl van de Amsterdamse School en het was ooit een gemeentelijk badhuis. Het is daarna van alles geweest: een worstenfabriek, de locatie van MacBike en een Caribische nachtclub. En het gebouw is natuurlijk nauw verbonden met de Joodse buurt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het een van de twee badhuizen die uitsluitend voor Joden bestemd waren. Die geschiedenis doet iets met je. We houden die geschiedenis in ons hart en we hopen met onze muziek weer iets moois toe te voegen aan het gebouw en aan de buurt. We werken ook samen met de Uilenburgersjoel. We mogen hun zaal ook gebruiken als tweede muziekzaal, als er plek is.”

Hoe werkt het dan in de praktijk?

David: ”We delen het gebouw en omdat we uit verschillende stromingen komen, spreken we verschillende doelgroepen aan en gebruiken we het gebouw ook op veel verschillende manieren. Er zijn opnames, we repeteren hier, we treden op, vergaderen en er zijn zelfs uitzendingen van de VPRO radio. Maar we drinken ook koffie met elkaar, ontmoeten elkaar en bedenken samen nieuwe projecten. Zo ontstaat er veel kruisbestuiving. En omdat we het allemaal zelf doen, kun je als muzikant op korte termijn iets organiseren als je dat wilt. Als de ruimte maar beschikbaar is. Als een eerste cellist en eerste trombonist van het Concertgebouworkest daar in de kleine zaal willen spelen, moeten ze dat programmeren en lang van tevoren bedenken. Hier kunnen ze dat bedenken en uitvoeren op korte termijn. Splendor is daarmee ook een laboratorium voor wat de muzikanten buiten doen. Muzikanten van Splendor spelen soms ook samen met amateur muzikanten. Elk concert is een unieke belevenis. De prijzen verschillen ook en de tijden van optredens ook, dus er is altijd voor iedereen iets bij.”

Kunnen nieuwe muzikanten ook meedoen?

“Als er een open plek is, stemmen we met elkaar wie er in de nieuwe muzikanten commissie gaat zitten. De commissie luistert naar de muzikant en bekijkt wat er in het geheel past. Dat doen we nu nog zuiverder dan vroeger, omdat we het doen zonder namen of foto’s, dus echt alleen op basis van de muziek. De nieuwste lichting is heel breed georiënteerd, daar zitten veel  alleskunners bij die ook weer meedenken over wat Splendor is en moet worden.”

Praktisch

Kijk op www.splendoramsterdam.com voor:

·        Losse kaartjes

·        Om lid te worden

·        Om vrijwilliger te worden

·        Om vergaderruimte te huren

·        Om kinderen muziekles te laten volgen

maandag 30 juni 2025

Interview met ISA voor OpNieuw

 Voor de meest recente uitgave van OpNieuw introduceerde ik een nieuwe beeldcolum: Buiten de perken en interviewde ik ISA over haar kunstenaarschap en leven als intersekse persoon. 

OpNieuw_2025_02.pdf

donderdag 6 maart 2025

Interview met kunstenaars Daumantas Ercmonas en Indre Ercmonaite

Vilnius naar Amsterdam 
Dit is het verhaal van een kunstenaar en een nieuwe Amsterdammer die we verwelkomen in onze buurt. Daumantas Ercmonas was sportleraar en vechtsporter in Vilnius voordat hij in 2017 naar Amsterdam kwam. Die zomer boekte hij een AIRBNB en ging, met een beetje geld op zak van zijn baan als leraar, op pad om te proberen om een leven  op te bouwen in Amsterdam. Binnen 11 dagen vond hij een woning in Amstelveen en een baan in een café om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Wat trok je aan in Amsterdam?

“De vrijheid en openheid van deze stad. Oorspronkelijk wilde ik professioneel vechtsporter worden. Ik had een duidelijk doel voor ogen en was er serieus mee bezig. Om mezelf financieel te onderhouden en om mijn liefde voor sport te delen werkte ik als sportleraar op een school. Maar ik kon niet omgaan met het schoolsysteem in Litouwen. Het is erg streng en er is weinig ruimte voor leraren om te improviseren. Zo had ik bijvoorbeeld een meisje in mijn klas dat niet van sport hield, maar wel van dansen, dus ik wilde haar laten dansen, maar dat mocht niet van de school en uiteindelijk deed ze helemaal niet meer mee. Na veel van dit soort ervaringen voelde ik me vastzitten in mijn werk. Vechtsport leerde me dat ik moest opkomen voor wat goed is, het systeem moest negeren en de dingen op mijn eigen manier moest doen. Toen ik dat bleef doen, kreeg ik een conflict met de directeur van de school en verlengden ze mijn contract niet. Dus lag mijn toekomst weer open en besloot ik naar Amsterdam te gaan. Nadat ik me hier had gevestigd, zei mijn neef in Litouwen tegen me: “Blijf alsjeblieft daar. Litouwen heeft een depressieve hemel.”

Hoe ben je van sportleraar kunstenaar geworden?

“Mijn moeder vond dat ik een carrière in de sport moest zoeken in Amsterdam, maar mijn ervaringen met school hadden me echt moedeloos gemaakt. Muziek is een andere grote liefde van me, dus probeerde ik eerst daar mijn brood mee te verdienen. Helaas verdiende ik niet genoeg om van te leven. Maar door de muziek wist ik wel dat er iets creatiefs in mij zat. Toen ik op een van mijn vrije dagen door Amstelveen wandelde, stuitte stuitte ik op een winkel met kunstbenodigdheden. Ik had nooit interesse gehad in het maken van beeldende kunst, ondanks dat ik uit een creatieve familie kom. Mijn zus studeerde beeldende kunst, mijn moeder was dramadocent en mijn vader maakte, toen hij jong was, glas in lood. Maar ik had nou eenmaal besloten om de persoon die ik was in Vilnius te laten toen ik hierheen verhuisde, dus ik dacht: waarom niet iets nieuws proberen?”

Schilderen in de kast

“Ik deelde de flat in Amstelveen met een huisgenoot en schilderde in de kast van mijn kamer, omdat er verder geen ruimte was om te werken. Vanaf de eerste schilderpogingen die ik deed, begon ik mijn werk te delen, eerst met mijn huisgenoot en daarna online. De reacties waren positief en het was ontzettend leuk om te doen. Schilderen maakte mijn hoofd leeg en het spelen met verf en met het doek maakte me heel gelukkig. Vanaf dat moment besloot ik om mezelf te blijven ontwikkelen hierin. Ik begon te studeren, over kunst te lezen en musea en galeries te bezoeken. Na een jaar had ik mijn eerste tentoonstelling. Misschien een beetje snel, maar als ik iets wil, dan ga ik ervoor. Tot nu toe heb ik 25 tentoonstellingen gehad. Na een tijdje verhuisde ik naar de Wallen en vond ik een nieuwe baan, bij het Prostitutiemuseum. Door zo dicht bij mijn werk te wonen en mijn eigen plek te hebben, kan ik mezelf blijven ontwikkelen als kunstenaar.”

Vertel eens wat meer over je kunst?

“Ik hou ervan om mensen te verrassen, om een beetje geheimzinnig en onverwacht te zijn. Ik maak abstracte werken, stadsgezichten, figuratieve schilderijen, beeldjes en mixed media. Ik voeg ook graag komische elementen toe aan mijn werk, zoals tekeningen en tekst. Ik wil blijven genieten van de speelsheid van kunst. Ik hou niet van labels. Ik ben beïnvloed door hiphopmuziek, maar ook door misdaad en drama en de drukte van het stadsleven. Toen ik net op de Wallen woonde, kwam ik op het idee om tien erotische schilderijen te maken en die in de ramen van de prostituees tentoon te stellen. Dat idee mislukte, omdat geen van de raameigenaren mee wilde doen, maar omdat ik de schilderijen al had gemaakt, hield ik meerdere exposities op verschillende locaties en de werken verkochten behoorlijk goed.

Ik ben ook een heel gevoelig persoon, die soms focust op details die andere mensen niet zien. Ik kan dromerig en verloren zijn en deze zachtheid beïnvloedt ook mijn werk. Dan kies ik bijvoorbeeld een detail op straat en bouw daar een heel schilderij omheen. Ik hou van dingen met funky kleuren, zoals de mensen die ik uit mijn raam op straat zie, maar ook van figuren uit fantasie en herinneringen. Ik wil me ook niet beperken tot verf en penselen alleen. Ik kras soms met messen in mijn werk of voeg er verschillende texturen aan toe. Ik blijf spelen tot ik er tevreden over ben. Daarna is het aan de kijker om te beslissen wat hij ervan vindt. Als iemand er commentaar op geeft, waardeer ik dat en neem ik het serieus. Daarna is het aan mij om te beslissen of ik het commentaar accepteer of afwijs. Ik kijk niet naar het moment van de kritiek, maar naar de weg die voor me ligt. En ik zie kunst maken als een lange reis dus ik heb de tijd om me te blijven ontwikkelen.”

Waar komt die sterke mentaliteit vandaan?

“Ik heb van nature een vechtersmentaliteit en die probeer ik vast te houden. Een vechter blijft naar de trainingen komen en wordt daardoor steeds beter. Met kunst hoef ik niet tegen een tegenstander te vechten, dus dat is  eigenlijk makkelijker. De enige uitdaging die ik heb is een artist block, een gebrek aan inspiratie. Als dat gebeurt, ga ik naar een museum. En als ik iemand hoor zeggen dat 95% van de kunstenaars het financieel niet redt, zie ik dat als een uitdaging. Ik ben voor mijn plezier begonnen met schilderen, maar nu verkoop ik mijn werk. En het tentoonstellen en verkopen helpt me ook om te begrijpen wat verkoopt en wat niet en waarom. Elke reactie die ik krijg is voor mij brandstof om mijn werk verder te ontwikkelen.”

Je vertelde dat je zus ook kunstenaar is in Vilnius, wat voor soort kunstenaar is zij?

“Mijn zus is de eerste kunstenaar van ons twee, ze is officieel opgeleid en ik heb echt respect voor haar werk. Het is zo cool. Ze maakt wat ze leuk vindt, gebaseerd op haar gevoel en inspiratie. Ik weet nooit wat ze gaat doen, ze past nooit in een kunststroming, ze is echt creatief en onvoorspelbaar. Zowel zij als mijn vader helpen me met de technische kant van mijn kunst. Toen ik begon gaf ze nooit commentaar op mijn werk, ze gaf me de ruimte om mijn eigen stijl te ontwikkelen en dat waardeer ik ontzettend. Mijn zus en ik praten wel over hoe we ons werk naar buiten kunnen brengen. En zij heeft de Minigalerie bedacht, daarom vind ik dat je ook met haar moet praten.”

Indre Ercmonaite

Natuurlijk kon ik het niet laten om twee artiesten te spreken voor één artikel, dus toen Indre in Amsterdam was voor een korte vakantie, sprak ik haar ook. Haar achternaam is dezelfde als die van haar broer, maar in Litouwen is de uitgang voor jongens en meisjes verschillend, daarom heet hij Ercmonas en zij Ercmonaite. We spraken over haar kunst en het concept van de Minigalerie.

Je broer zegt dat jij de eerste kunstenaar in de familie bent. Wat betekent kunst voor jou?

Indre: “Eigenlijk was onze vader de eerste kunstenaar in de familie. Maar dat terzijde, voor mij is kunst een manier om vrijheid te vinden, om mezelf uit te drukken. Ik wil altijd iets creëren, het leven interessanter maken. Daarom ging ik naar de kunstacademie in Vilnius om beeldende kunst te studeren. Maar toen ik klaar was met de academie, waren ik en mijn medestudenten klaar om te werken en was er geen plek om ons werk tentoon te stellen. Het is erg moeilijk om in een galerie te komen, er is veel concurrentie en er is heel veel papierwerk voor nodig. Dus begonnen we onze eigen tentoonstellingsruimtes te organiseren in verlaten fabriekshallen. We deden alles als een gemeenschap en ik bleef mijn eigen stijl ontwikkelen.”

Hoe ben je op het idee van de Minigalerie gekomen?

“In 2014 had ik mijn eerste tentoonstelling in een galerie in het centrum van Vilnius en begon ik na te denken over ruimtes. Schilderen is iets levends voor mij. Dus begon ik te denken, wat als de tentoonstellingsruimte ook iets levends zou kunnen zijn. Waarom kan een galerie niet op vakantie gaan of dingen doen? Op een dag was ik in de buurt van de rivier en bedacht ik de naam. Ik noemde het: Niet huilen Minigalerie, met als idee dat als je de Minigalerie ergens neerzet, bijvoorbeeld bij de rivier,  het direct een verhaal wordt: Niet huilen bij de rivier Minigalerie. Mijn eerste tentoonstelling gebruikte ik ook direct voor de eerste installatie van de Minigalerie. Ik schilderde mijn schilderijen na in een kleine versie en plaatste de Minigalerie in het midden van de grote ruimte. Mensen houden over het algemeen van kleine dingen en de reacties waren erg goed. Na die tentoonstelling, gaf ik de Minigalerie aan andere mensen om er ook tentoonstellingen in te organiseren.

De oorspronkelijke Minigalerie is nog steeds in bedrijf. Hij wordt soms gerenoveerd, zodat er lagen geschiedenis aan worden toegevoegd .In totaal zijn er nu vijf Minigaleries. Eén in Amsterdam, één in Rotterdam, twee in Litouwen en één in Indonesië. De Minigalerie, waarin tentoonstellingen variëren van een week tot enkele maanden, wordt na afloop aan een nieuwe kunstenaar gegeven en kan dan weer worden omgetoverd tot een compleet nieuwe Minitentoonstellingsruimte met nieuwe kunstwerken. Als andere kunstenaars er gebruik van maken, moeten ze wel alles zelf doen, de kunst, het decoreren van de muren, alles. De Wallen was de eerste Amsterdamse editie. De tweede was van een Litouwse kunstenaar Julija Skudutyte, zij maakte een tentoonstelling/installatie tijdens haar residentie in het Dokhuis in de Plantage Doklaan met aquarellen. En de galerie “WIHH” (“What Is Happening Here”) in de Vijzelstraat was de derde. In de Minigalerie in Vilnius hebben we nu een fototentoonstelling van een professionele fotograaf.”

Wil je meer zien?

Daumantas Ercmonas: daumie.paints en daumie.draws op Instagram

Indre Ercmonaite: indre_ercmonaite en minigallery_dontcry op Instagram

dinsdag 14 januari 2025

Amsterdam Museum - Vrouwen van Amsterdam – een ode

Het Amsterdam Museum vindt dat vrouwen belangrijk zijn in het verhaal van Amsterdam. Vrouwen van vroeger en vrouwen van nu. Hun verhalen worden niet altijd verteld, hun namen niet altijd genoemd. Ik wist bijvoorbeeld niet dat het Amsterdamse Bos mede ontworpen is door een vrouw, namelijk de architect Jakoba Mulder. Maar de odes kunnen ook gaan over gewone Amsterdamse vrouwen, zoals iemands moeder of oma. Misschien hebben zij wel een verschil gemaakt voor de stad. Het Amsterdam Museum is op zoek naar al deze verhalen en wil ze graag zichtbaar maken. Je kunt een ode maken in de vorm van een brief, video, geluidsopname, foto, tekening, gedicht of andere vorm voor een vrouw die verbonden is aan de stad. Het Amsterdam Museum publiceert alle odes op hun platform en neemt ze op in de collectie van het Amsterdam Museum. Van de meest bijzondere bijdragen maken ze onder meer een tentoonstelling, een boek en een podcast!

Ik snuffelde even door de website en kwam een schat aan verhalen tegen. De ode aan Marga Minco door Yra van Dijk, waar ook onze buurt in voorkomt: “Iedere keer dat ik over de Kloveniersburgwal fiets, zie ik het huis waarin je onderdook en je eerste kind kreeg- het huis ook waar een berooide Lucebert later bij jullie op de bank sliep, of was het op de grond?”. Of luister de ingesproken ode aan Joke Smit door Hedy D’Ancona, die herinneringen ophaalt aan haar samenwerking met de bekende feministe in de jaren zestig en zeventig. Of de ode van Babs Gons aan Trijntje Pieters, een Amsterdamse weduwe die in 1593 trouwde met de uit het koninkrijk Congo afkomstige Bastiaan Pietersz van ‘Maniconge in Afryken’. Een verhaal dat Babs wilde vertellen om te laten zien dat ten tijde van het koloniale tijdperk er ook liefde was tussen twee mensen uit hele verschillende werelden. Of een ode aan de Amstel van Sholeh Rezazadeh in de vorm van een gedicht: “Hoe bescheiden heb je je golvende haar op de koude schouders van de aarde laten liggen. Hoe stil accepteer je de kleur van de lucht in elk uur en seizoen …..”

Lees, bekijk of luister meer odes via deze website: https://www.amsterdammuseum.nl/topic/vrouwen-van-amsterdam

Of maak zelf een ode aan een vrouw die jij belangrijk vindt voor de geschiedenis van onze stad https://www.amsterdammuseum.nl/samenwerkingsproject/vrouwen-van-amsterdam-open-call/83107

Parijs op loopafstand - boekhandels in de Nieuwmarktbuurt

In Parijs staan mensen in de rij bij Shakespeare and Company”, een boekhandel met Engelstalige boeken, beroemd uit film, serie en menig blog over Parijs. Deze boekwinkel is zelf ook onderwerp van een boek: Passage de l’Odeon dat allerlei literaire herinneringen beschrijft aan Parijs tussen de twee grote wereldoorlogen. Dat vond ik weer op het Waterlooplein tijdens een middagje snuffelen. Waarmee we zijn beland bij het eigenlijke onderwerp van dit stuk, namelijk dat Amsterdam, en meer specifiek de Nieuwmarktbuurt, qua legendarische boekhandels in niks onderdoet voor Parijs.

Van activistisch tot kunstzinnig, van nieuw tot tweedehands, op de Waterloopleinmarkt of in de Oudemanhuispoort, van klein tot groot, van boeken met woorden tot boeken met afbeeldingen, van Nederlands tot internationaal, van prijzig tot bijna gratis, alles is te vinden op deze vierkante kilometer voor wie van boeken houdt. En, zoals Walter Benjamin zegt, die wordt aangehaald in het eerste hoofdstuk van Passage de L’Odeon:  “Vergeet niet dat het boek oorspronkelijk een gebruiksvoorwerp en zelfs een levensmiddel was.” Dus bezoek de boekhandel en doe jezelf tegoed aan wat broodnodige (pun intended) culturele voeding. Kun je daarna, op zijn Parijs, met je boek in de hand op een terrasje gaan zitten, want ook daar zijn er meer dan voldoende van in onze buurt.

De boekhandels stellen zich graag aan je voor.

Antiquariaat Kok – Oude Hoogstraat 14-18, www.antiquariaatkok.nl

Dit is een boekenwarenhuis met meerdere verdiepingen, een etalage vol met geweldige titels uit de serie Privé Domein van uitgeverij De Arbeiderspers, beeldjes van lezende mensen en kunstobjecten die met het boek te maken hebben. Het is een familiebedrijf dat al sinds 1946 bestaat en ze hebben er alles van prenten tot reproducties, van boeken over Afrikaanse kunst tot Zoölogie en alles daartussenin. 

Boekie Woekie, books by artists – Geldersekade 39,  www.boekiewoekie.com

Boekie Woekie stelt zich voor in het interview met de eigenaren, ook in dit nummer van OpNieuw.

Sans Serrife - Sint Annenstraat 30,  https://san-serriffe.com/

Sans Serriffe is een boekhandel in de Rode buurt. Zij hebben een grote collectie boeken over kunst en design. Daarnaast organiseren ze veel evenementen op dit gebied. Er is ook veel aandacht besteedt aan het ontwerp van de winkel, de website en het inpakpapier.

Perdu – Kloveniersburgwal 86, https://boekhandel-perdu.myshopify.com/

Perdu is een gespecialiseerde poëzieboekhandel in hartje Amsterdam en daarnaast een cultureel podium en een uitgeverij, gewijd aan experimenten op het snijvlak van literatuur, performance en andere kunstvormen.

Galerie Lambiek – Koningsstraat 27, 1011 ET  Amsterdam, www.lambiek.net

Lambiek is een stripboekhandel met een naam, als eerste stripwinkel van Europa (eerst op de Kerkstraat, nu in de Nieuwmarkt) bekend in Amsterdam en ver daarbuiten. Ze hebben alles op het gebied van strips in de ruimste betekenis. Van Suske en Wiske tot een getekend verhaal over Jimi Hendrix of Aziatische mythologie. In het genre van het getekende verhaal, kan je nergens beter terecht dan bij Lambiek. Ze organiseren ook heel regelmatig boekpresentaties en andere events voor liefhebbers.  

Pantheon – Sint Antoniesbreestraat 132 – 134, https://libris.nl/boekholtboekhandels/pantheon/

Pantheon is mijn favoriete boekhandel. Dicht bij huis, altijd goede hulp, leuke vondsten, de laatste kookboeken, ik kan er rustig een uur doorbrengen. Pantheon Boekhandel is onderdeel van Boekholt Boekhandels. Hun literatuurafdeling is gezichtsbepalend en ze hebben een uitgebreide non-fictieafdeling, een groot assortiment kookboeken, kinderboeken, thrillers en boeken over Amsterdam.

Extra bonus: 0p de 1e verdieping bevindt zich reisboekhandel https://libris.nl/boekholtboekhandels/a-la-carte.

Extra, extra bonus: hun leestips op Instagram via @pantheonboekholtalacarte

Het Fort van Sjakoo – Jodenbreestraat 24, https://sjakoo.nl/

Deze winkel is opgericht in 1977, oorspronkelijk in een gekraakt woon-werkpand op het tracé van een geplande snelweg dwars door de Nieuwmarktbuurt en sinds 1988 gelegaliseerd. Al 47 jaar boeken met een tegendraads geluid en alternatieven.

Vol enthousiasme wordt het Fort momenteel draaiende gehouden door een collectief van zo’n tien vrijwilligers. Die zijn er om jou te voorzien van informatie. Van het laatste nieuws tot degelijke achtergrondinformatie en geschiedenis. Een breed scala aan links-politieke en maatschappijkritische onderwerpen vult de winkel. Ook veel aandacht voor buitenlandse uitgaven, muziek en tijdschriften in verschillende talen. Ga eens kijken! Hebben ze iets niet dan kunnen ze het altijd voor je bestellen.

Antiquarische boekhandel Egidius – Nieuwmarkt 223, www.egidiusamsterdam.com/

EGIDIUS AMSTERDAM, is een professionele antiquarische boekwinkel, opgericht door Jan Fictoor in 1985. Gespecialiseerd in boeken over kunst, antiek en architectuur. Sinds 2020 verkoopt EGIDIUS alleen nog online. Ze blijven geïnteresseerd in het aankopen van speciale items en collecties.

The Book Exchange – Kloveniersburgwal 58, www.bookexchange.nl/

The Book Exchange is an independent second-hand bookstore, specialized in English language books with focus on Literature and Social Sciences. They offer a wide selection of books in good condition at affordable prices. If you're looking to sell your books, they're happy to take a look and see if they can buy your books.

Oudemanhuispoort

In de Oudemanhuispoort vind je meerdere boekhandelaren die allemaal een winkeltje hebben in een nis van de poort, wat er prachtig uitziet. Boeken in het Nederlands, Engels, Frans, Italiaans en zelfs een gespecialiseerde kookboekhandel. Loop ze allemaal langs, bekijk de verschillende collecties, maak een praatje en vind een parel waar je niet naar op zoek was. Het is dat ze niet langs de Seine staan, anders was het een kopie van de bekende boekkramen in Parijs.

Waterlooplein

Het Waterlooplein is een schatgraversparadijs, ook op het gebied van boeken. Er zijn verschillende verkopers die boeken aanbieden, kunstboeken, literatuur, strips, non-fictie, oud en nieuw, je kan het zo gek niet bedenken of je kunt het er vinden. Je moet natuurlijk vaker langslopen en snuffelen om de parels te vinden waar je naar op zoek bent. Twee van mijn favorieten voor boeken, zijn: Crispijn en Rozemarijn op het Waterlooplein, waar ze heel veel geweldige Nederlandse en Engelse literatuur en non-fictie verkopen en prachtige kunstboeken. En Waterloo Wonder, dat heel veel kunstboeken en prachtige fotoboeken verkoopt. Maar er zijn er nog meer en ook handelaren die andere spullen verkopen, hebben soms ook boeken, dus loop gewoon de markt af en toe over.

De Openbare Bibliotheek Oosterdok – Oosterdokskade 143, https://www.oba.nl/

Last, maar zeker niet least, de Openbare Bibliotheek op het de Oosterdokskade 143. Heb je geen plek voor  een boekenkast, ga dan naar de Bibliotheek. Deze locatie heeft heel veel ruimte, om te lezen, te studeren, te eten in het restaurant met een van de beste uitzichten over Amsterdam, en natuurlijk om allemaal fantastische boeken te lenen.

x

Boekie Woekie - interview met de eigenaren van deze winkel vol kunstenaarsboeken

Rúna Thorkelsdóttir, Henriëtte van Egten (Hettie) en Jan Voss, alle drie kunstenaars en ook eigenaren van Boekie Woekie, ontvangen mij op vrijdagmiddag een uurtje voor sluitingstijd. Ze hebben besloten dat het weekend begonnen is. Ik krijg een heerlijk glaasje Vinho Verde en we praten over de geschiedenis van deze prachtige winkel. 

Eerst even kort uitleggen wat Boekie Woekie is. Een kleine winkel aan de Gelderskade 39, tot de nok toe gevuld met boeken van kunstenaars, een heleboel kaarten (hun eigen, en het werk van andere kunstenaars) en groter, geschilderd en gedrukt werk aan de muur zo ver het oog reikt. Een trapje naar het onderstuk, met nog veel meer boeken met daarboven een binnenmu ur met houten versiering die over is gebleven van een winkelinrichting van 1880 langs het plafond. Iedereen die interesse heeft in kunst, kan hier iets van zijn gading vinden. Ook online is alles te bestellen via www.boekiewoekie.com. En dat is heel fijn, want er bestaat groeiende belangstelling voor wat hier te koop is.

Hettie en Jan wonen al in dit pand sinds 1983. Ze kennen de buurt dus goed. Maar de winkel is hier pas op 1 mei dit jaar open gegaan. Daar ging nogal wat aan vooraf. 

Jan: ‘We hebben ons altijd gezien als kunstenaars. We maken kunst, schilderen, schrijven, doen van alles wat kunstenaars doen en we maken boeken, met veel oplettendheid en liefde. Als het voor kunstenaars erom gaat geld te verdienen zijn galerieën de ervoor aangewezene plek. Toch uitgerekend die wilden onze boeken meestal niet hebben, er was niet genoeg aan te verdienen. Dus probeerden we het via boekhandels. Ook dat leverde niks op. Je had geluk als je je boek beduimeld zes maanden later terug kreeg. Er moest iets worden verzonnen. Toen Hettie en ik hier op de Geldersekade waren komen wonen hebben we een offset drukkerij voor ons eigen werk gestart. Wij raakten bevriend met andere kunstenaars die ook dozen met oplages van zelf gepubliceerde boeken onder het bed hadden staan. Onder het bed kon van geen publiek sprake zijn, het idee van een winkel voor onze boeken ontstond.’ 

In 1986 zijn ze met zes kunstenaars Boekie Woekie gestart, een boekhandel in kunstenaarsboeken in de Gasthuismolensteeg. In eerste instantie dus om de door hunzelf gemaakte boeken te kunnen verkopen. Ze werkten om de beurt 1 dag in de winkel. 

‘Een dagje per week in een winkel kon best,’ zegt Jan ‘de muze kust je tenslotte geen zeven dagen per week.’ 

Vijf jaar later waren er nog drie van de zes eigenaren betrokken bij de winkel en begon de tweede fase van de boekhandel, nu in de Berenstraat, waarin ze ook boeken van andere kunstenaars te koop aan gingen bieden, alhoewel het neo-expressionisme al uitgeroepen was, een tijd waar hoogstens belangstelling voor catalogi bestond, dus niet bepaald dat wat men onder kunstenaarsboeken verstaat.

Jan: ‘Wij wilden ons doen aan de realiteit testen en hebben daarom nooit subsidies aangevraagd, wij wilden altijd op eigen benen staan. Eigenlijk was de start van de boekhandel a-cyclisch. Een opmerking die mij nooit losgelaten heeft, was van de toenmalige directeur van het kunstmuseum in Groningen die tegen mij zei: don’t you know that books are out! Zij waren als museum eind jaren zeventig met het verzamelen van kunstenaarsboeken gestopt. De kunstwereld in heel Europa bewoog zich in die tijd weg van de democratisering richting de marketing van de grote namen. Er ging steeds minder geld naar kunst, de contraprestatie hield op, kunstscholen werden gesloten of samengevoegd. Pas met de ontwikkeling van de computer kwam daar weer verandering in. Toen trad er weer kruisbestuiving op met grafisch ontwerp, kwam er weer meer democratisering en kwamen er nieuwe vormen van inspiratie. Een dikke 30 jaar hebben wij daar getracht het kunstenaarsboek in zijn vele facetten te tonen. De winkel in de 9 straatjes hebben wij op 31 december 2023 moeten verlaten vanwege een exorbitante huurverhoging. De realiteitstest was best geslaagd, maar toen de realiteit op stelten begon te lopen moesten wij daar kappen. Wij hebben de drukkerij ingewisseld voor de winkel.’ 

Hettie en Rúna: ‘Naast de boeken van anderen aan te bieden bleven we vanzelfsprekend ook in de Berenstraat, ons eigen werk maken en verkopen. De postkaarten die wij maakten hebben al die jaren de huur betaald. Voor ons is de winkel zelf tot een soort kunstwerk geworden waaraan wij gezamenlijk werken. Werken wij niet aan een soort begaanbare sculptuur, of aan een perma-performance, is het niet een work in progress? Dat zou tenminste overeenkomen met ons idee van kunst.’ 

Jan: ‘Men kent ons in de wereld van kunstenaarsboeken, wij bestaan al zo lang. Die mensen komen speciaal voor ons, en (vaak jeugdige) toeristen die Amsterdam bezoeken weten van ons via het internet.’

Rúna: ‘Er komen veel jonge mensen, ook die hier graag willen werken of stage lopen.’ 

Jan: ‘Er zijn kunstenaars van alle leeftijden die moeite hebben met de vaak corrupt aanvoelende kunstwereld, voor wie zelf publiceren een uitdagende tak aan de boom der kunsten is. 

Rúna: “Wij verkopen boeken van alle soorten kunstenaars, uit alle stromingen. We hebben nooit iemand geweigerd. Als iemand zelf zegt dat hij kunstenaar is, dan wil ik dat graag geloven. We hebben geen ballotage. Alleen als een boek in plaats van inhoud niets anders dan het vermogen van zijn maker als boekbinder of designer toont, kan het zijn dat wij het afwijzen.’ 

Hettie: ‘Door het door kunstenaars in kunstcontext zelf gepubliceerde boek serieus te nemen op een moment in de geschiedenis toen haast niemand anders dit deed, zijn we zoiets als de senioren, met lange tijd de enige, en nu zeker de oudste, kunstenaarsboekenwinkel in Europa geworden. Hier staan wat befaamde boeken, maar onze trots zijn de 95% van de boeken die niemand kennen kan, want ze komen gewoon elders niet voor. Trouwens, we zijn ooit begonnen met 100 titels en inmiddels staan er meer dan 8.000.’ 

Rúna, Hettie en Jan zeggen alle drie dat ze voorlopig nog door gaan. Een kunstenaar gaat niet met pensioen, en de interactie met andere mensen die kunst maken blijft ook nog veel te leuk. Proost! 

Boekie Woekie Geldersekade 39, 1011 EJ Amsterdam is zeven dagen per week geopend: 12–18 u. 
>> www.boekiewoekie.com 

vrijdag 20 september 2024

Interview met kunstenaar Roger Ruhulessin

Roger Ruhulessin

Wanneer ik bij Roger binnenkom valt me op hoezeer zijn werk en leven vermengd zijn. In de woonkamer is overal zijn kunst te zien. Bakstenen figuurtjes in een kast, een vogel op een zwart metalen kruis aan de muur, grote vellen papier met geschetste figuren en in de vensterbank een vogelkooi met een varken. Midden in de kamer een ronde tafel met mooie, comfortabele designstoelen. Roger serveert kruidenthee uit een fragiel glazen theepotje en we praten over zijn werk.

Moving Birds 2 Paradise 

maakte hij voor de vitrines van de Sint Antoniesbreestraat, geïnspireerd door de Nieuwmarktbuurt. De poortjes in het werk zijn voor mij als buurtbewoner heel herkenbaar. Net als de vreemde vogels die zich aan de rand van de samenleving bewegen, achter rode gordijnen en aan de schaduwzijde van straten en pleinen. Het werk is een evenwicht tussen licht en donker, zowel in kleur als in gewicht van de onderwerpen. De vogels zijn kleurrijk en lief, maar hun schaduwen zijn angstaanjagend. En Room 101, een literaire verwijzing naar George Orwells 1984, geeft het geheel nog een extra lading van dreigend gevaar.

Hoe kwamen deze werken tot stand?

Roger: het begon met de vogels. Ik zat een beetje in een gat en dan teken ik zonder doel. Meer doodlen. Zo ontstonden de vogels en na zon 70 stuks dacht ik Ja, nou kan ik het wel. En daarna dacht ik Ik doe er 100. Het werk ontstaat vaak uit het werken. En s nachts weet ik dan plots Ik heb het, dit is het. De werken maken deel uit van de serie Moving, waar ik al sinds 2018 mee bezig ben. Daar zit een soort rode draad in van plaats en verplaatsing, van in- en exclusiviteit, van identiteit en belonging. Dat komt voort uit mijn eigen geschiedenis, mijn vragen over wie ik ben, waar ik me thuis voel, maar het gaat ook over je verplaatsen in een ander. Die tralies bij de vogels bijvoorbeeld, sta je daar voor of achter of breek je ze af? Mijn werk is sterk associatief. Dat varken in die kooi maakte ik toen het CDA met de PVV wilde samenwerken in Brabant. Mijn werk is multi-interpretabel. Ik wil het niet te veel invullen voor de kijker. Het mag ook gewoon plezierig voor het oog zijn.

Teken je altijd digitaal?

Ja. Ik ben een beetje bang voor het witte papier. Als ik vroeger een notitieboekje kreeg, voor school of zo, vond ik het altijd jammer om erin te schrijven. Alles dat je erin schreef, verpestte meteen het boekje. Ik werk nu voor het eerst aan grotere figuren op wit papier en geef mezelf de vrijheid om het gewoon te proberen.

Hoe ben je begonnen als kunstenaar?

Ik kom oorspronkelijk uit de wereld van het eten. In de jaren tachtig was ik vrijwilliger in restaurant ‘Onder de Rook’ in de 2e Jacob van Campenstraat. Het restaurant was ontstaan uit de krakers- en kunstwereld. Daarna heb ik het samen met 2 compagnons verhuisd naar de Oude Waal en het daar een paar jaar gerund. Het restaurant is later verkocht aan de mensen van Hemelse Modder. Daarna heb ik veel verschillende dingen gedaan. Catering, reizen, in Frankrijk gewerkt, kunstgeschiedenis gestudeerd aan de VU, het restaurant opgezet van het Centraal Museum in Utrecht, dinerconcepten bedacht voor nieuwe restaurants. De rode draad is dat ik altijd bezig ben met eten en vormgeving.

Ergens in 2013 las ik een artikel uit de New York Times waarin stond dat eten geen kunst kan zijn, omdat het niet verhalend is en emotieloos. Daar was ik het niet mee eens, maar het zette me wel aan het denken.

Waar leidde dat toe?

Ik ontwikkelde het concept van een diner dat een verhaal vertelt van het begin van de kosmos tot het ontstaan van de mens. Daar wilde ik mee reizen, een ruimte huren en mensen uitnodigen voor een unieke ervaring, een soort van pop-up diners. Dat werkte ik uit in beelden in een schetsboek. Dat kwam via via bij Ranti Tjan, toen directeur van het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk, een internationaal artist-in-residence en research centrum voor keramiek. Hij vroeg of ik dit bij hem wilde uitwerken, of ik borden wilde maken die samen een beeld van de kosmos zouden vormen. Dat heb ik gedaan. Van het bedenken van de gerechten, de vorm waarin ze gepresenteerd kunnen worden, tot de fysieke borden en hoe het allemaal samen kan functioneren in de catering / het diner. Van dat concept maak ik nu een boek met een voorwoord van meneer Hamersma en een bijdrage van Ranti.

Ben je helemaal self-made als kunstenaar?

Ja. Ik heb me ooit wel aangemeld voor de Rietveld Academie, maar ik werd afgewezen. Mocht ik in een klasje nog een jaar gaan prutsen en het dan nog een keer proberen.  Ik was nog heel jong en arrogant en dacht: Ik ga toch niet in een loserklasje zitten. Ik kon me ook helemaal geen leven voorstellen als kunstenaar. Dat lag niet in de lijn der verwachtingen in de omgeving waar ik opgroeide.

Maar je maakte wel altijd dingen?

Ja, altijd. Portretten, dingen van glas. Ik heb zelfs eens een platenspeler van papier gemaakt als kind. Maar ik gooide alles altijd weg, omdat ik het niet mooi genoeg vond. Ik noem mezelf pas beeldend kunstenaar sinds mijn residentie bij het EKWC en ik word langzaam zekerder in mijn werk.

Waarom nu pas?

Ik vecht altijd een beetje tegen het elitaire van kunst, ben toch een kind uit de jaren tachtig. De tijd van de krakers en de punkers. En daar hoort ook bij dat je niet bij de gevestigde orde wilde horen. Ik heb veel nagedacht over wie ik nou eigenlijk was. Dat is voor mij altijd een belangrijke vraag geweest. Ik groeide op in Wormerveer, als tweede generatie Molukker, moest Hollander worden, maar werd het nooit helemaal en niemand wist wat het precies was. Ik probeerde van alles uit, veranderde mijn identiteit steeds en vroeg me altijd af: Wanneer ben ik af? Tot een vriendinnetje tegen me zei: Ik weet wat jij bent, jij bent pomo, post modern. Dat label vond ik wel fijn. Nu heb ik minder behoefte aan labels, maar de zoektocht is nog steeds niet voltooid. Ik ga voor het eerst naar Indonesië, naar Saparua waar mijn vader vandaan komt en naar Rote de geboorteplek van mijn moeder.

En dan die diners organiseren?

Nee, ja, ja, nee, ja het moet. Maar eerst het boek afmaken en naar Indonesië. 

Meer weten?

https://rogerruhulessin.nl

en

cosmoschromosome.com