Posts tonen met het label sati fotografeert. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sati fotografeert. Alle posts tonen

maandag 30 juni 2025

Interview met ISA voor OpNieuw

 Voor de meest recente uitgave van OpNieuw introduceerde ik een nieuwe beeldcolum: Buiten de perken en interviewde ik ISA over haar kunstenaarschap en leven als intersekse persoon. 

OpNieuw_2025_02.pdf

dinsdag 9 augustus 2016

Interview met Jane Waltman over haar boek Trauma Time



‘Ik fluister mijn eigen naam in de holte van mijn handen; net als vroeger. Dan pas voel ik me veilig.‘
Deze zin komt uit Trauma Time, het geschilderde en geschreven dagboek dat Jane Waltman, docent, kunstenares en buurtbewoonster, in eigen beheer maakte en uitbracht. Het gaat over de periode in 2014/2015 waarin ze door problemen met haar kunstheup in het ziekenhuis terecht kwam, geopereerd werd, moest revalideren en opnieuw moest leren lopen.

Het boek bestaat uit getekende en geschilderde herinneringen aan vroeger, portretten van Jane als kind en volwassene, portretten van haar familie en haar medebewoners in revalidatiecentrum De Poort. De korte begeleidende teksten bij de schilderijen vertellen het verhaal. Het is een treurig verhaal, maar geen treurig boek. Daarvoor zijn de kleuren te helder. Het confronteert en ontroert. Herinneringen komen tot leven in expressieve, kleurrijke portretten en beeldende tekst. In de geschrokken blik van haar vader die huilt, in de tekst over de dokter waar ze als kind een klap van krijgt omdat hij vindt dat ze zich aanstelt, in de liefde die ze voelt voor haar man en haar zoon en in het eenzame kleine meisje dat ze soms was.

‘Mijn heupproblemen begonnen toen ik een meisje van 9 jaar was.’
Jane heeft een lange geschiedenis van operaties, pijn en revalidatie, maar die houdt ze graag klein.
‘Het moet geen uitgebreid medisch verhaal worden hoor’, zegt ze lachend en ik beloof dat het dat niet wordt. Een korte opsomming dus, om een beeld te krijgen:
  • De heupproblemen begonnen op haar 9e jaar aan één kant.
  • Op haar 10e kreeg ze ook problemen met de andere heup.
  • Ze lag op die jonge leeftijd twee keer drie maanden in het ziekenhuis met haar geopereerde been in een tractie.
  • Daarna moest ze een jaar lopen met een ijzeren beugel, een jaar in een rolstoel zitten en een jaar lopen met krukken.
  • Van haar 16e tot haar 36e mocht ze niet springen, dansen of te wilde dingen doen.
  • Ze had vaak veel pijn.
  • Ze mocht geen kinderen krijgen.
  • Op haar 36e kreeg ze kunstheupen en moest ze weer opnieuw leren lopen.
  • Toen ze daarna alsnog zwanger werd, tegen het advies van haar orthopeed in, beleefde ze, door haar heupen, een zware zwangerschap en bevalling.
  • Op haar 59e ging haar twintig jaar oude kunstheup kapot en moest ze opnieuw geopereerd worden en weer revalideren en leren lopen.
‘Als voorbereiding op de operatie schilder ik mijn jeugdherinneringen.’
Jane: ‘De operatie was gepland, maar werd steeds uitgesteld. Ik zat thuis en ik kon niks. Dat was heel frustrerend. Toen zei Joost, mijn man, ‘waarom begin je niet alvast met tekenen, als voorbereiding op de operatie?’ Dat heb ik gedaan. Het zijn eigenlijk getekende dagboeken: de fantasieën van een kind over een geopereerde heup. Botten, schroeven en littekens, maar ook de zilveren schoentjes, die ik van mijn vader kreeg toen ik in de rolstoel zat.

Op mijn 26e, in 1984, ben ik met schilderen begonnen. In dat jaar pleegde mijn broer zelfmoord op het strand in Maleisië. Ik had een sterke band met hem en na zijn dood ben ik dagboeken gaan schilderen. Volgens Joost zijn de schilderijen uit die tijd een soort cri de coeur, een hartenkreet. En dat is ook wel zo, het is een soort van therapie. Wat ik niet kan schrijven, schilder ik.’

Topsportersmentaliteit
Jane: ‘Door alles wat ik meemaakte als kind ontwikkelde ik een soort topsportersmentaliteit, met een hoge pijngrens. Ik moest van mijn ouders ook gewoon meedraaien met alles, ik kreeg geen speciale behandeling of zo. Niet zeuren, dat was toch wel de teneur.’
Die mentaliteit helpt haar enorm om alles ‘gewoon’ te doen, ondanks haar heupproblemen. Ze komt als 19 jarige naar Amsterdam en ontmoet op de Nederlandse Film Academie haar man Joost Ranzijn. Op haar 24e fietst Jane met haar moeder en jongste broer door Azië. Twee jaar later komt ze terug van deze wereldreis en helpt Joost met zijn films, ze rolt in het vak van filmproducent. Op haar 26e is ze de baas, in een tijd dat dat in de filmwereld voor een vrouw nog niet zo gewoon is.
‘Macht zegt me niets, mensen ontslaan en zo dat vond ik verschrikkelijk, maar ik deed het allemaal wel. Op mijn 36e, na mijn heupoperatie, ben ik uit de bv gestapt en heb ik mijn aandelen verkocht. Toen ben ik gaan schrijven en ook weer gaan schilderen en zwanger geworden. Met mijn kunstheupen mocht dat nu wel, hoewel mijn orthopeed het mij ontraadde. Charley, mijn zoon, is met een keizersnede geboren. Natuurlijk was mijn leven met die kunstheupen niet altijd makkelijk, maar voor mij was dat een gegeven en geen hindernis.’

‘Het trauma sluimerde jaren in de spelonken van mijn jeugd. Licht dooft, duisternis valt. Ik word overmeesterd door alles overheersende angst, een lawine van oude gevoelens.’
Met die topsportersmentaliteit vertrekt Jane op 30 oktober 2014 naar het ziekenhuis. Daar ziet ze een tractie op het bed gemonteerd. IJzeren stangen, katrollen en gewichten. En uit het niets overvalt haar een enorm trauma.
‘Het denderde over me heen’, zegt ze. ‘Ik lag letterlijk te schudden in mijn bed. Alles van vroeger, van toen ik als kind in die tractie gelegen had, kwam naar boven. Het was totaal onverwacht en ik kon er niets tegen beginnen. Ik vroeg om een psycholoog, maar mijn orthopeed vond dat niet nodig. Psychologie vond hij onzin. De verplegers zagen wel dat het nodig was en ik kreeg een maatschappelijk werkster. Lief bedoeld, maar onzinnig.’

De Poort
Door een onvoorziene bottransplantatie mag ze haar heupen niet belasten. Niet lopen, alleen maar liggen en zitten. Een grote tegenvaller. Ze gaat naar De Poort, een verzorgingstehuis voor mensen met allerlei soorten psychische en lichamelijke aandoeningen. En de arts daar ziet meteen dat ze een trauma heeft. Ze geeft haar antidepressiva om de zwarte randjes eraf te krijgen, maar veel meer kan ze niet doen op dat moment.

Om haar tijd in De Poort door te komen, begint Jane portretten te schilderen van het personeel en de andere mensen die daar verblijven. Dit deel van het boek bevat portretten van bijvoorbeeld De Rochelaar, met zijn onsmakelijke eetgeluiden, Mevrouw Beck, die niet weet waar ze is, Peter die iedereen uitscheldt, Meneer Delier, die elke dag zijn bril kwijt is, De Poortwachter, die bij de deur iedereen begroet en het personeel. De portretten zijn los geschilderd, sprekend en zeggen veel over het leed dat zich verzameld heeft in De Poort.
‘Toch heb ik er ook veel gelachen’, zegt ze. ‘Het was zo’n vreemde omgeving met al die verschillende mensen. Stond een vrouw van negentig jaar met haar onderbroek op haar enkels in de wc en vroeg aan mij of ik haar kon helpen, omdat er verder niemand in de buurt was, dat soort dingen. Dat doe je dan maar, dat wordt dan ineens normaal. Toen ik eenmaal begon met schilderen kon ik er met iets meer afstand naar kijken.’

‘Als ik De Poort verlaat ben ik total loss. Ik neem het trauma mee naar huis. Ik lig niet in scherven –die kan je lijmen- maar in stukken.’
Jane neemt het trauma mee naar huis en valt steeds verder de diepte in. Al haar kinderangsten duikelen ongeremd naar buiten, zoals ze het zelf zegt. Ze gaat door met schilderen. De verpleegster waar ze als kind standjes van kreeg, omdat ze geen lauwe melk wilde drinken. De dokter die niet te vertrouwen was. De gaatjes in het plafond die ze telde als ze angstig was. Haar eigen portret als kind met de beugel die ze nodig had om te kunnen lopen. ‘Die beugel vond ik verschrikkelijk.’
De rolstoel, waar ze vanaf haar 12e in zat, die een verademing was.
‘Ga je mee tikkertje spelen?, vroegen de kinderen. ‘Nee, vandaag niet.’, antwoordde ik. Dat vond ik geweldig, dat ze gewoon vergeten waren dat ik dat helemaal niet kon. Toen ontdekte ik dat ik mensen kon laten vergeten wat ik had.’ Dit deel van het boek eindigt met wat in het boek een ‘Traumaportret’ heet. Een portret van Jane, dat uit losse vlekken blauw bestaat en waar ze bijna niet meer in te herkennen is.

‘Ik ontdek dat ik mijn leven heb gebouwd op de gewonde fundamenten van een negenjarig meisje.’
‘Via mijn huisarts en na gesprekken met vrienden en mijn schoonzusje, ben ik EMDR therapie gaan volgen tegen posttraumatische stress. EMDR werkt eigenlijk meteen. Ik ben direct gestopt met de antidepressiva en heb ongeveer 8 of 9 sessies van 1,5 uur gedaan. Na mijn ervaring met dit trauma en de verwerking ervan is mijn leven wel veranderd. Ik heb een belangrijk deel van mijn karakter gebouwd op een trauma waarvan ik niet wist dat ik het had. Die hele topsportersmentaliteit, het niet zeuren, de maakbare wereld; ik was hard voor mezelf en waarschijnlijk ook voor anderen. Daar ben ik wel iets van teruggekomen. Ik mag nu bang zijn van mezelf, ik mag te pas en te onpas verdrietig zijn, ik mag nu ook wijs zijn en zacht voor mezelf.
‘Ik was 9 en ik was gewoon bang’, zegt ze en ze laat haar tranen de vrije loop. Haar ogen zijn lichtblauw en helder, de ogen van een kind, niet van een vrouw van 60.

Boek kopen?
Trauma Time is te bestellen bij Jane Waltman voor €75,00. 
Als je interesse hebt, kun je mailen naar: j.waltman@solcon.nl



woensdag 17 juli 2013

“Een zwaan is gewoon een veels te grote eend” of hoe je de werkelijkheid vormgeeft

Mijn vader, Joop Dielemans (23-12-1931), liftte op zijn achttiende al naar Parijs en reisde tot op hoge leeftijd regelmatig naar Frankrijk en Spanje, met de fiets en met de bus. Hij is schoenmaker geweest en kok (hij maakte vroeger heerlijke soep), heeft huizen gebouwd in Ierland en was actief in de provobeweging. Maar boven alles is hij beeldend kunstenaar. Tekeningen, aquarellen, schilderijen, collages en teksten. Op papier, doek, hout, en zelfs (zijn meest recente werk) op een plastic snijplank.

De uitspraak boven dit stuk is voor mij typerend voor zijn manier van kijken. Door de zwaan, symbool van elegantie en schoonheid, op deze manier tegenover de eend te zetten, plaatst hij beiden in een nieuwe context. Met een dikke knipoog. Van de poppen die hij vroeger aan het stuur van zijn fiets bond tot zijn verzameling stenen, botten en glazen flesjes, arrangeert Joop de dingen tot stillevens of driedimensionale collages. Daarmee geeft hij de meest alledaagse dingen een nieuwe vorm en betekenis.


Een fascinatie voor ‘gewone materialen’ heeft hij altijd gehad. Zoals ook blijkt uit zijn werk uit de pre provo periode 1960-1965, dat van mei tot en met augustus te zien is bij de Verbeke Foundation in België (Westakker – 9190 Kemzeke [Stekene]). Collages en assemblages zijn het, gemaakt met kranten, foto’s, roest, zand, touw, verf en poppen. Commentaren op hun tijd en tegelijk autonome kunstwerken. Tentoongesteld in een eigen witte ruimte midden in een grote loods tonen zij hun blijvende kracht.

De totstandkoming van de tentoonstelling was een bijzondere samenloop van omstandigheden. Dunya Willeman, een bevriende kunstenares en redacteur van de Opnieuw, schreef een artikel over Joop en zijn kunstenaarschap dat gepubliceerd werd in de Opnieuw van maart 2011. Franck Gribling, een kunstenaar die Joop kent uit de jaren zestig, las het artikel toen hij koffie dronk in Café het Loosje. Dat was aanleiding om contact te zoeken met Joop en een deel van zijn werk te presenteren tijdens een tentoonstelling in galerie Locus Solus in Antwerpen, getiteld: “Spacescapes and shapes 1980-1990 en Andere tijden LSD 25, Amsterdam, 1962 een beginpunt”.

Uit het persbericht van die tentoonstelling: “Galerie LSD25 was een kortstondig bestaand kunstenaarsinitiatief in Amsterdam, dat in 1962 opende met het op de eigen ‘verzetspers’ gedrukte ‘Realistisch Manifest’ van Franck Gribling, mede ondertekend door Simon Vinkenoog, Rik van Bentum, Joop Dielemans en Theo Niermeyer. Realisme’ betekende het hergebruik van alledaagse banale materialen die getoond werden met een zo gering mogelijke ingreep van de kunstenaar, die het onaanzienlijke zichtbaar wilde maken en het bewustzijn stimuleren.”

Geert Verbeke, eigenaar van het privé kunstinitiatief de Verbeke Foundation, zag de werken van Joop in Antwerpen en was direct geïnteresseerd om ze op te nemen in de zomertentoonstelling “sponsored by nature”. In verschillende grote loodsen (20.000 m2 in totaal) en 12 hectare natuurgebied is veel te zien. Installaties van Onno Dirker en Martin Uit den Boogaard, video-installaties van Jeroen Eisinga, CasAnus een kunstwerk van Joep van Lieshout waar je in kunt overnachten en een selectie van 300 collages en assemblages uit de vaste collectie van de foundation. En misschien een zwaan. Bekijk hem eens met andere ogen.

Sati Dielemans




Voor meer informatie:

donderdag 26 januari 2012

Januari telt niet mee

Deze maand is even vluchtig als het grijze weer waar hij zich in hult. Wachtmaand. Net alsof het jaar nog niet echt durft te beginnen. Texel gaf lucht aan de dagen. De zachte kleur van zand en rollende witte golven, halmen in de wind, onverstoorbare schapen, alle zwarte op een veldje apart. De vergane glorie van een badplaats zonder badgasten. En overal ruimte.



maandag 12 december 2011

Home and garden made

Het was grauw op de tuin en het regende toen ik aankwam. Iedereen is de grond aan het omspitten ter voorbereiding op de winter, dus alles is dikke, zwarte klei onder een grijze lucht. Even werd ik er moedeloos van. Maar het stopte al snel weer met regenen en ik dacht: "als je niet weet waar je moet beginnen, begin dan bij het begin." De braam moest gesnoeid. Hij groeit alle kanten op, maar draagt nauwelijks vrucht. Snoeien is fijn. Het is niet zwaar en het ruimt zichtbaar op, geeft lucht aan de tuin.

Terwijl ik ermee bezig was, viel me op dat de natuur zich in december al voorbereidt op de lente. Terwijl wij ons in huis verschuilen voor een winterslaap en huilen onder de kerstboom, maken de kers, de pruimenboom en zelfs het nieuwe appelboompje al knoppen aan. De lente leek ineens een stuk dichterbij.

Als ik even later stukken grond omspit en schoonmaak wordt de composthoop (of in mijn geval onkruidhoop) steeds hoger. Ik bedenk dat het scheppen van orde op de ene plek, chaos creëert op een andere plek en vraag me af of dat ook voor andere dingen opgaat. En ik realiseer me dat echt werk geen begin en einde heeft maar een voortdurende beweging is.

Ik krijg weer een cadeautje van mijn tuinvriendin. "De natuur heeft altijd gelijk" van Maurice Meségué over natuurlijk tuinieren, kruiden, groenten en vruchten. En aardperen (Jerusalem Artichokes). Deels om zelf te planten, deels om op te eten. Rauw smaken ze naar noot en gekookt smaken ze licht naar artisjok. Allebei heerlijk. Ze schijnen ook prachtige gele bloemen te krijgen (zijn verwant aan de zonnebloem geloof ik). Volgend jaar heb ik er hopelijk een heleboel in mijn eigen tuin.

Om nog even in de sfeer te blijven van home and garden made, heb ik vandaag ook nog voor de allereerste keer in mijn leven een brood gebakken. Irish brown soda bread uit het kookboek "Home Made" van Yvette van Boven. En daar werd ik ook blij van.

dinsdag 29 november 2011

De tuin is vergevingsgezind

En weer kreeg ik een brief van de tuinvereniging. Dat mijn tuin verwaarloosd is, dat ik voor xxx mijn tuin op orde moet hebben, want anders wordt mijn lidmaatschap ingetrokken en kan het wel €600 kosten om de tuin schoon te maken en aan iemand anders te geven. Ik schrok van die brief en ik had meteen geen zin meer in de tuin. De tuin werd een boeman die heel veel geld gaat kosten.

Ik ben dit jaar voor het eerst in mijn leven begonnen met een moestuin bij een volkstuinvereniging. Leuk, dacht ik, als naief stadsmeisje. En dat is ook zo. Altijd als ik op de tuin ben, haalt mijn hart adem en komt mijn hoofd tot rust. Een middagje hard werken en ik heb energie voor twee weken. En op de een of andere rare manier schijnt er altijd de zon, zelfs als het regent in de stad.

Waar ik niet zo goed op voorbereid was, is hoeveel tijd zo'n tuin kost. Het is dus nog even zoeken naar hoe dat past in de rest van wat ik allemaal wil en moet doen in mijn volle leven. En terwijl ik aan het zoeken ben naar evenwicht, soms denk 'ik stop ermee', tot ik weer geweest ben en denk 'ik stop er nooit meer mee', krijg ik dan zo'n brief. En dan lijkt het net of de tuin onderdeel is van een of andere bureaucratie en ben ik klaar om de handdoek in de ring te gooien. Want bureaucratie heb ik in mijn stadse leven al meer dan genoeg.

Maar gelukkig overwint tot nu toe altijd de tuin. Ik geniet te veel van het wonder dat een zaadje een plantje wordt en dat dat plantje dan ook nog eten voortbrengt. Het wonder van een grote pompoen die groeit aan een kruipend draadje over de grond. Van de framboos die je helemaal afknipt tot een zielig hoopje hout en die een maand of drie later weer staat te stralen vol met blad. De zure zwarte bessen, de zoete pruimen, de bittere tuinbonen, de lekkerste sla die ik ooit gegeten heb.

En dus neem ik de brief voor lief, ga ik niet in discussie (dat doe ik in mijn stadse leven ook al vaak genoeg), maar ga ik naar de tuin. Daar begin ik weer rustig met opruimen, snoeien, planten. Verstopt onder een bessenstruik liggen tot mijn grote verassing twee prachtige pompoenen. En ik krijg een appelboom en een aalbesstruik van de tuin van iemand anders die er wel mee stopt.

Als ik de zonnebloemen opruim en op de composthoop gooi, ruik ik de pitjes. Een geur die moeilijk te beschrijven is, notig en aards, maar die mij meteen terugbrengt naar een veld vol zonnebloemen in Frankrijk. Ondanks mijn tijdelijke verwaarlozing is de tuin vergevingsgezind. En daar kan geen dreigbrief tegenop.

dinsdag 27 september 2011

De tuin is niet alleen lekker

...................de tuin is ook mooi. Het was weer een feest voor het oog, nog zoveel zomer voor de herfst begint.




vrijdag 9 september 2011

Pompoensoep



Pompoensoep met rode curry, verse rode peper, munt en koriander. Met dank aan the fabulous Donna Hay.

1 eetlepel rode currypasta
1 kg pompoen, geschild en in blokjes (schillen gaat gek genoeg makkelijk met een dunschiller).
1 liter kippen- of groentebouillon
375 ml kokosmelk
1 grote rode peper, zonder zaadjes en in reepjes
fijngesneden munt en koriander naar smaak

Zet een ruime pan op halfhoog vuur. Bak hierin de currypasta 1 minuut. Doe er pompoen en bouillon bij, dek af en kook 6 minuten of tot de pompoen zacht is. Giet het mengsel in een blender (of zet de staafmixer erop) en draai glad. Doe terug in de pan. Voeg kokosmelk toe en warm 3 minuten door of tot alles heet is. Schep in kommen en bestrooi met reepjes rode peper. Voor 4 personen.

maandag 1 augustus 2011

Verrassingen te over

En of de tuin verrassingen had. De pompoen heeft besloten twee meter door te tuin te wandelen in de regen. Tijdens de wandeling heeft hij de tijd genomen om nakomelingen te maken, die vast flink gaan groeien nu de zon weer schijnt. De tomaatjes hebben goed stand gehouden in de regen. De salie laat zich nog steeds door niemand iets vertellen en ook de andere kruiden (citroenmelisse, munt, maggiplant, tijm, rozemarijn, oregano, bieslook) zijn flink gegroeid.

De verdwenen courgette is teruggekomen en heeft een paar zusjes meegenomen, de goudsbloemen knallen hun oranje kleur de lucht in om me eraan te herinneren dat de zomer echt nog niet voorbij is, en in de boom hangen kleine gele, zoete pruimen. Verder is er een vrouwenmantel opgekomen, die ik niet zelf geplant heb, staan de zonnebloemen er nog en groeien de sperziebonen langzaam richting hemel.

Natuurlijk is niet alles van een leien dakje gegaan. Als het zo makkelijk was. De bietjes zijn verrot omdat hun bedje te nat was geworden door al die regen. Een geel onkruid waarvan ik de naam niet ken had bijna de hele tuin overgenomen. Dus dat verwijderen was hard werken. De sla stond er heel zielig bij en is geëindigd op de composthoop en van de elf preitjes die er waren, zijn er op mysterieuze wijze drie verdwenen. Maar als dat alles is, is de tuin nog steeds een cadeautje, zelfs na een maand verwaarlozing.

zondag 3 juli 2011

Boektitels in de moestuin

Goudsbloem in de knop.

Tomaatje in de dop.

Oranjegezinde Afrikaantjes

To biet or not to biet.

De salie take-over.

vrijdag 17 juni 2011

Een zee van bloemen in de regen

Toen het even stopte met regenen reed ik naar de tuin. In de tuin was het stil. De planten zijn blij met het water. Dat kun je aan ze zien. Ze zien eruit zoals je je voelt na een frisse douche op een warme zomerdag. Het ruikt naar natte aarde en de bloemen steken kleurig af tegen de zwarte ondergrond. Zo wordt zelfs een regenachtige dag een feestje.