Posts tonen met het label sati leest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label sati leest. Alle posts tonen

donderdag 8 april 2021

Pleidooi voor stilte in het oog van het lawaai

(mijn bijdrage aan de kleine Jan Hanlo essayprijs)

 

‘Men zal nog krijgen dat het nooit meer stil is’, begint Jan Hanlo zijn gedicht

‘Ben je wakker?’

‘Huhh, wat?’, ik probeer mijn ogen open te doen, maar mijn droom laat me nog niet los.

‘Of je wakker bent?’

‘Pffffff, eh, ja, ik geloof het wel.’

‘Wil je koffie?’

‘Ja lekker.’

Aan tafel, in mijn pyjama nog, roer ik met een lepeltje door mijn beker koffie. Tik, tik, tegen de rand. De radio staat aan. Iemand zegt: ‘Luister eens, zo zit het niet. Nee, serieus, kijk……’

Ik luister half, pak mijn telefoon, open Twitter……

‘Joe Biden en Kamala Harris wonnen overtuigend. Is hun boodschap van verbinding besteed aan een land waarin bevolkingsgroepen politiek volstrekt langs elkaar leven?’

…… terwijl mijn droom nog niet helemaal uit mijn hersens verdwenen is. Ik weet niet waar het over ging. Het was druk, dat is het enige dat ervan is blijven hangen.

‘Kijk eens, Trump is natuurlijk gek,’ de radiostem.

Popup: ‘Iris mentioned you on Facebook’.

De balkondeur staat open. Uit een langsrijdende auto klinkt een deuntje. Wat is dat? Pom, pom, pompom pom pompom. Oh ja: I don’t even care for money, cause money can’t buy me love. Zelfs zonder woorden, zijn die woorden er, zo beroemd is de melodie. Het geluid is inmiddels weggestorven. Ik hoor een vogel fluiten en scroll verder over het scherm van mijn telefoon.

‘Huidige en toekomstige leiders moeten getraind worden om circulair te denken.’

‘Milieucriminelen plunderen de Amazone.’

‘Man uit Zeeland heeft jarenlang de kinderen van zijn vriendin laten misbruiken.’

‘Moeten de zakmessen van de scouts straks achter slot en grendel?’

Ik scan de korte berichten. Klik af en toe iets aan.

‘Als je mee wilt praten, moet je ook wat te zeggen hebben,’ reageert iemand op Twitter op een bericht.

‘Maar wie zegt er dat Biden niet liegt?’, de radio weer, andere stem. Want elke stelling moet een voor-en tegenstander hebben.

Meer koffie. Zonder koffie gaat het niet. Geniet dan ook van je koffie. Van je man. Van de ochtendrust. Weg met die telefoon.

‘Heb je eigenlijk lekker geslapen schat?’, vraag ik aan mijn man.

Popup: ‘Yoga Girl: Come back home to yourself, your body is intelligent, what is it trying to tell you?’.

Mijn man: ‘Ja, maar ik had een vreemde droom, waarin …….’.Terwijl hij tegen me praat, denk ik aan alles wat ik straks moet doen.

‘Sorry schat, ik moet onder de douche’, onderbreek ik zijn verhaal, ‘overleg over tien minuten.’

In mijn onderbroek start ik mijn laptop vast op.

Popup in mijn linkerooghoek: ‘Typ hier om te zoeken’.

Maar als ik nou een keer niks wil vinden? ‘Wie iets vindt, heeft slecht gezocht’, schreef Rutger Kopland.

‘Ting. Time for your yoga lesson.’

Oh ja, ik ging yoga doen, elke ochtend, voor het werken. Toch nog snel even proberen, voor ik in de douche stap. Mat op de grond, app aan, zitten, rustig ademen.

‘Are you ready? Start.’

Ik adem in.

‘Pling, pling.’ Whatsapp. ‘Sharon Dijksma wordt de nieuwe burgemeester van Utrecht.’

‘Pling.’ ‘Die is snel weer weg’

‘Pling, pling.’ Whatsapp. ‘Sharon Dijksma wordt de nieuwe burgemeester van Utrecht.’ Volgende Whatsappgroep.

‘Pling.’ ‘Tsja.’

‘Only three more breaths. Stay in the now. Breath in, breath out.’ Geen tijd meer. Ik klik de app weg en spring onder de douche.

De eerste zoomvergadering van de dag met nat haar, mijn huid nog klam van het douchen. Tien collega’s waarvan ik er maar vier zie op mijn scherm. Wie zijn er stiekem aanwezig? Ik wil ook stiekem aanwezig zijn. In stilte. Als een vlieg aan de muur. Microfoon uit. Camera uit. Alleen maar luisteren, niet meedoen. Ik maak stiekem een smoothie. Zoek op wat er ook alweer in moest. Maar dan voel ik me toch bezwaard. Camera aan. Witte achtergrond. Ze hoeven niet allemaal te weten dat het huis vol hangt met was. Terwijl ik luister naar de voorzitter van de vergadering, check ik ondertussen mijn mail en mijn agenda.

‘Pling, pling.’ Whatsapp. ‘Doe je ook mee met ommetje? Ga de competitie aan met je collega’s.’

Ik download de app en maak een account aan.

Als de vergadering afgelopen is, ga ik naar buiten. Even mijn auto ophalen in de garage, om boodschappen te doen. In de korte wandeling in de frisse lucht probeer ik mijn hoofd leeg te maken. Ik concentreer me op mijn omgeving. Vandaag, zomaar ineens, ruikt het naar winter. Kou om de neus, stilte in de lucht. Ik pluk twee zandkleurige takjes en bedenk dat ik die straks op een wit stuk papier ga leggen om er een foto van te maken. Beeld van rust op rust. Leegte. Stilte. #Enjoythelittlethings. #Peace. De zon strooit goud over een boom. Mooie foto, denk ik. Ik pak mijn telefoon, klik en deel de foto op Instagram #fall #lightismyfavouritecolour.

‘Leg die telefoon nou eens weg’, spreek ik mezelf toe. Terwijl ik de telefoon in mijn tas stop, licht het scherm op.

Popup: ‘Tijd voor je ommetje.’

Oh ja, even aanzetten, die nieuwe app.

‘Swoezzzj. Je bent aan het lopen. Lock je telefoon en geniet van de omgeving.’

Ik stop eindelijk de telefoon in mijn tas en kijk om me heen.

‘Leren van het verleden’ spreekt een mevrouw mij ernstig toe vanaf een billboard. Haar verhaal gaat over oorlog en verzet. ‘De Plantage Oase van Amsterdam’, staat erboven. ‘Welkom in onze heerlijke buurt’, staat eronder. Oorlog, verzet en citymarketing in één poster want alle informatie moet en zal expliciet gemaakt worden. Het cynisme doet bijna pijn.

Bij het zebrapad knippert een bewegend billboard. ‘New York misses you too’ afgewisseld met ‘Ik hou (afstand) van jou’. Voor het stoplicht staat iedereen dicht op elkaar te wachten tot het licht op groen springt. Auto’s razen voorbij. Als het licht voor ons op groen en voor hun op rood springt, draaien ze ongeduldig briesend stationair. Ik loop door, terwijl ik uit mijn ooghoek in de gaten hou of er niet plotseling één optrekt. Als ik in de parkeergarage naar mijn auto loop, hoor ik de airco zoemen. Een harde ruis die de lege grijze ruimte vult. Zo voelt het in mijn hoofd inmiddels ook.

Het gedicht van Jan Hanlo gaat zo verder:

‘……….en dat voortdurend ’s nachts en altijd de verdoemde rotmotoren om je kop ronken
zodat het zoemen van machines voortaan altijd
door de lucht gaat
knalpottende raketten rondstotteren
en dat geen plekje hei of wei
geen kilometer aardig lenteland meer vrij is
van hun gezoem waarmee ze alles verpesten’

In dit gedicht is het geluid nog iets externs. Bij mij is het zoemen, knalpotten en stotteren inmiddels doorgedrongen tot in mijn hersenen. Het lawaai van buiten en binnen is één geheel geworden. Het gebruik van de smartphone, de toegang tot sociale media, allerlei praktische apps die mij niet alleen vermaken, maar mij ook aanzetten tot doen, denken, reageren, hebben van de stilte een schaars goed gemaakt. En dan niet alleen van de stilte in de zin van de afwezigheid van geluid, maar ook stilte in de zin van verstilling, concentratie. Omdat ik nog opgegroeid ben in een tijd zonder afleiding, met veel momenten van verveling, en uit liefde voor boeken altijd veel gelezen heb, weet ik gelukkig nog de concentratie op te brengen om boeken en lange stukken te lezen. Maar ik voel dat het moeilijker wordt. Dat ik moet vechten om het opbrengen van dat soort concentratie te behouden. De continue aanwezigheid van informatie en vermaak, het digitale gesprek dat soms voelt als schaken op een heleboel borden tegelijk, maar vooral het steeds onderbroken worden, knipt de tijd in kleine stukjes en versnippert mijn uren, mijn dagen, mijn leven. Terwijl ik bijna nergens méér van hou dan van het tegenovergestelde. Van het gevoel te verdwijnen in de tijd.

Stilte is voor mij sterk verbonden met de geconcentreerde beleving van tijd. In haar boek Stil de tijd haalt Joke Hermsen de tijdfilosofie van Henri Bergson aan. Die noemt die beleving waarin we de tijd vergeten de ‘werkelijke of reële tijd.’ Deze tijd (de werkelijke tijd, dus) ‘is meer in harmonie met onszelf en met de fysieke wereld om ons heen….en wordt door Bergson gekarakteriseerd als duur, de tijd als duur.’ Wat ik ervan begrijp betoogt hij ook dat deze tijd geen afbakening heeft, maar een voortduren van de tijd is, waarbij verleden en heden in elkaar overgaan, zonder einde en begin. Deze omschrijving van de tijd raakt me, omdat het naadloos aansluit bij hoe ik het voel en bij wat ik mis. Dat de tijd van dromen of geconcentreerd bezig zijn met iets, voller en echter aanvoelt.
‘Leg die telefoon dan weg’, zeg ik vaak tegen mezelf. ‘Lees een boek. Doe yoga. Mediteer. Schrijf.’
Al die dingen brengen me meer terug in die voortdurende tijd en de stilte waar ik naar op zoek ben en toch pak ik steeds weer mijn telefoon.

Er is al veel geschreven over waarom de smartphone zo verslavend is. De apps zorgen met hun systeem van beloning -de blauwe vinkjes als je bericht gelezen is bijvoorbeeld en de mogelijkheid om direct te reageren- voor dopamine-impulsen in onze hersenen die ons plezier en genot verschaffen. De meldingen op ons scherm vragen om aandacht, om ons steeds weer terug naar de apps te lokken. Deze zijn ontworpen om het op te nemen tegen onze concentratie en zijn daarin zeer succesvol. Bovendien hebben wij mensen behoefte aan sociaal contact. Nu fysiek contact en nabijheid in de coronapandemie gezondheidsrisico’s met zich mee kunnen brengen, is digitaal contact nog belangrijker geworden. Dus hoewel de smartphone onze concentratie versnippert, komt hij ook tegemoet aan onze behoeften. Het is een deur naar heel veel moois en veel contact.

Ik vond tijdens een scrollsessie een oud stuk uit de Groene Amsterdammer over Vivian Gornick, wiens sprankelende essays ik toen ben gaan lezen. Die mij weer op Edward Gosse brachten. Die het prachtige Father and Son schreef over hoe een jongetje in een streng gelovig gezin zijn eigen stem ontdekt en daarmee zijn eigen gezelschap. Via Brainpickings.org, de oneindige literaire verwijssite van Maria Popova, leerde ik Olivia Laing kennen en haar boek The Lonely City. Dat bracht me weer bij David Wojnarowicz, die Close to the Knives schreef, het meest krachtige, prachtige boek over de beginperiode van AIDS in Amerika en alle politieke implicaties rondom zorg. Zeer belangwekkend, zeker nu. Via Instagram weet ik dan weer dat ook mijn heldin Patti Smith fan is van Maria Popova, wat mij een gevoel van verbondenheid met haar geeft, hoe onzinnig dat ook is. En dan heb ik het nog niet over alle recepten die ik gevonden en uitgeprobeerd heb en alle kennis die ik opgedaan heb over zoveel verschillende onderwerpen. Die deur naar een oneindige hoeveelheid informatie van over de hele wereld, vind ik nog altijd een ongelofelijke uitvinding en ik zou die ook niet meer willen missen. Ik ben het dus eens met Jan Hanlo, die in zijn gedicht schrijft: ‘Het vinden en verbeteren zélf is mooi.’

En toch voel ik me gevangen door mijn telefoon met al zijn handige apps. En toch voel ik de behoefte om mijn recht op stilte en concentratie te bewaken. Daarover haalt Hermsen in haar boek opnieuw Bergson aan, die stelt: ‘dat het domein van de menselijke vrijheid zich …… openbaart op het niveau van de duur en het diepe zelf. We zijn pas echt vrij wanneer we ons van het op praktische zaken gerichte ik bevrijden, onze intuïtie richten op de tijd als duur en zo opnieuw bezit kunnen nemen van onszelf.’ Bergson wilde ‘de mens redden van de dreiging en vervreemding die uitgaan van een louter door de kloktijd geregeerde samenleving. Hij vreesde de automatisering en de verdingelijking van de mens vanwege de oprukkende industrialisering en de toenemende regulering van de klok.’

Dit gevoel van geleefd worden is alleen maar toegenomen nu de smartphone vastgegroeid lijkt aan mijn lichaam. Nu ik het in mijn eentje dagelijks moet opnemen tegen een leger aandachttrekkers. Het lawaai stoppen, gaat niet meer lukken. Daarvoor is het te alomtegenwoordig. Maar wat dan wel? In een meditatie heb ik eens ervaren dat ik de heavy metal die mijn man in de huiskamer draaide na een paar minuten niet meer hoorde, hetgeen ik pas besefte toen ik weer uit de meditatie terugkwam. Door de oefening in die meditatie, die erop gericht was om geluid alleen te benoemen als geluid en er verder geen aandacht aan te geven, was de muziek geen onderdeel meer van mijn bewuste beleving. Je stilte laten onderbreken is dus ook ergens in de hersens een keuze. En dus ga ik me oefenen in het zoeken naar stilte in het oog van het lawaai. Om te voorkomen dat het gevolg van een fantastische uitvinding, en ik parafraseer hier Hanlo, toch maar een massa doelloze media is, a-sociale media.

woensdag 13 juni 2018

De wereld van de Zeedijk

Fotografie: Eveline Renaud
Tekst: Corrie Verkerk en Pay-Uun Hiu

De Zeedijk, wie heeft er geen verhalen over? Ik woonde van mijn veertiende tot mijn eenentwintigste op de Geldersekade. Als ik naar de stad ging om kleding te kopen, liep ik altijd over het eerste stuk van de Zeedijk en dan via de Lange Niezel naar de Nieuwendijk. Begin jaren tachtig was het wild op de Zeedijk. Vriendinnetjes van mijn school in Amsterdam Zuid mochten niet bij mij spelen, omdat hun ouders het te gevaarlijk vonden. ‘Op de Zeedijk lopen ze met messen rond’, werd er gezegd. Maar ik heb me er nooit onveilig gevoeld. Toen ik een keer aan het eind van de middag terug naar huis liep met tassen vol kleding van de Cool Cat, stopte er een motoragent naast mij die vroeg waar ik naartoe ging. ‘Naar huis’ zei ik achteloos, en ‘waarom vraagt u dat?’. ‘Dan loop ik even met je mee, want het is hier gevaarlijk’, zei hij. ‘Dat hoeft niet hoor’, zei ik ‘ik loop hier zo vaak.’ Wat een snotneus, moet hij gedacht hebben en tot aan onze voordeur op de Geldersekade liep hij naast zijn motor met me mee.

De Zeedijk is erg veranderd en inmiddels een gewaardeerde winkel en uitgaansstraat in Amsterdam. De schrijfsters van De wereld van de Zeedijk, verwoorden het zelf zo op de achterflap van het boek.

“Oud en nieuw door elkaar, Chinatown en Hollandse pot, T-shirts en fashion, loungeclubs en Amsterdamse kroegen met levende muziek. Wie zich hier verveelt zou zich moeten laten nakijken. En ja, dat kan ook. Chinese kruidendokters, masseurs en acupuncturisten te over. De Zeedijk is zeker niet de langste straat van Amsterdam, maar op elke vierkante meter bruist het. Tijd om al die activiteit, initiatieven en nieuwe en oude gezichten vast te leggen in beeld en tekst: een momentopnamen van een zich steeds weer vernieuwende stadsziel.”

Die tekst is een goede omschrijving van het boek dat vol staat met alles wat er op de Zeedijk te vinden is. Winkels, restaurants, couture, kroegen en vooral mensen. Corrie, Pay-Uun en Eveline moeten er heel wat uren in hebben zitten. De omschrijvingen zijn persoonlijk en lezen als een lekker tijdschrift. “In het kleine Saigon is een zwaar getatoeëerde jongen met een pet vaste klant.”, zo begint de omschrijving van Little Saigon, de perfecte lunchspot volgens de dames. Ook het stuk over de dames van Beeren en het oude Zeedijk leest als een trein.

De fantastische foto’s van Eveline Renaud geven je het gevoel dat je al zittend op de bank over de Zeedijk loopt. De winnaar van de hartjesdagen, het huis van de blonde poes, een voorwoord van Eberhard van der Laan, er staat in het boek voor elk wat wils. En er staat een prachtige foto in van een meisje dat leert fietsen op de Zeedijk op een knalroze fiets. Er groeien dus ook alweer nieuwe generaties op, die nieuwe verhalen leven en maken op de Zeedijk.

vrijdag 12 april 2013

Voor de boekenliefhebbers

Ik heb de rubriek 'sati leest' aan de rechterkant van mijn blog verwijderd. Hieronder plaats ik nog één keer de namen van de boeken die in die rubriek stonden, met links naar interessante informatie erover. To whom it may concern, zullen we maar zeggen.

Jonathan Safran Foer - Dieren eten
Adriaan van Dis - Stadsliefde scenes in Parijs
Laurent Binet - Hhhh
Aimee Bender - The particular sadness of lemon cake
Albert Cossery - de mensen die god vergat
Carolyn Steel - de hongerige stad
Ma Jian - Beijing Coma
Michael Pollan - In defense of Food en Botany of Desire
Sandro Veronesi - XY
Toni Morrison - The Bluest Eye
Yoko Ogawa - The Housekeeper and the Professor

Voortaan zal ik wat uitgebreider schrijven over de boeken die ik lees en waar ik enthousiast over ben. Dat enthousiasme deel ik graag. Natuurlijk hoor ik ook graag wat anderen lezen, dus reageer vooral.

De stukjes die ik zal schrijven over boeken, zal ik opnemen met als label 'sati leest'. Als je dan klikt op dat label, krijg je alle teksten te zien over de boeken die ik kan aanbevelen. Alles geheel op basis van mijn eigen smaak en interesses, uiteraard. En als ik interessante informatie kan vinden op het web, zal ik daar naar linken.

maandag 8 april 2013

John Steinbeck

Ik ben nog steeds in de ban van John Steinbeck. Na het luisteren naar Of Mice and Men (in de vorm van een luisterboek) en het lezen van Travels with Charley en The Grapes of Wrath, lees ik nu East of Eden. En ik kan ze allemaal evenzeer aanbevelen. Wat een ongelofelijk goede schrijver. Alles leeft en heeft diepte. En hij schrijft met zoveel liefde over landschap.

Als ik zijn boeken lees, gaat mijn oog als een camera over het land dat hij beschrijft. Sterker nog, ik voel het land van binnen. Zijn landschap is vooral de Salinas Vallley in Californië, maar het kan voor mij elk landschap zijn. Omdat het gaat over hoe wij als mensen het land gebruiken, ervan eten, erop leven, liefhebben, sterven. Hoe het land waar we op leven ons vormt.

Het landschap in The Grapes of Wrath is voor mij Zuid-Spanje, waar ik als kind met mijn moeder, mijn zusjes en mijn broertje gereisd heb door de Spaanse Pyreneën en de Sierra Nevada. Ik lees over Californie, maar zie het gebied rond Granada eind jaren zeventig. Slaperige dorpspleinen deinend tussen de bergen in de middagzon die alles stil maakt. Daarbuiten, droog gebarsten land. Machtige rotsen aan de ene kant van de weg, glooiende velden vol thijm en lavendel aan de andere kant. Het beekje in het dal waar we onszelf en onze kleren wasten. De koele ochtend als het condens nog op de plantjes stond, de dag die steeds warmer werd, de droge warme middag als de velden vol gezoem waren, de lome donkere warmte in de avond, decor voor geheimen. Een landschap dat tegen je praat, dat zich in je geest en je lichaam nestelt en waar je altijd naar terug kunt gaan. Dat is waar de taal van John Steinbeck voor mij aan raakt.

Een citaat
“A large drop of sun lingered on the horizon and then dripped over and was gone, and the sky was brilliant over the spot where it had gone, and a torn cloud, like a bloody rag, hung over the spot of its going. And dusk crept over the sky from the eastern horizon, and darkness crept over the land from the east.”

donderdag 14 februari 2013

Wie het kleine niet eert

Recent vond ik een erg leuk boekje op het Waterlooplein: 100 avonturen met een pollepel van J.W.F. Werumeus Buning. Een hoofdstuk in dat boekje gaat over verse kruiden "de geuren der goede wereld". Een paar citaten wil ik graag delen.

Een twijgje van het kruid basilicum, aan de neus gehouden, doordringt de mens met fijne geur en vrede; een gering blaadje tijm, tussen de vingers gewreven, het behoeft niet meer dan een splinter te zijn, riekt naar een stille, warme wereld ...... Het is goed aan kruiden te ruiken in dagen van zwarigheden; ze ruiken naar de goede wereld."

Nadat hij de fijne kenmerken van deze kruiden bezongen heeft, gaat hij in op het feit dat ze in de keuken heden ten dage (1939) niet meer gebruikt worden.

"Zij behoren tot de wereld der kleine dingen die onsterfelijk zijn, en wij bemoeien ons zo druk met de grote dingen die sterfelijk zijn, dat wij nauwelijks tijd hebben voor al dit kleine en kostelijke. Wanneer men weten wil hoe haastig en liefdeloos en onbeschaafd de wereld geworden is - al schrikt ze dan af en toe nog eens wakker uit haar droom van hogere beschaving, als dezer dagen- dan kan men onder anderen eens in een kruidentuin gaan wandelen, een zeer leerzame les."

Dat er geen verse kruiden meer gebruikt worden ligt, aldus Buning, niet aan de kosten en niet aan de groenteboer, maar aan "het feit dat u en ik te onbeschaafd zijn geworden om om kruiden te vragen". En om ze te gebruiken in de keuken. En de mensen die zich afvragen of dat nou zo erg is, waarom niet gewoon een potje of zakje van het een of ander gekocht, geeft hij het volgende antwoord:

"Maar keer de zaak eens om: denkt ge soms dat een wereld, die de goede en eenvoudigste kleine dingen niet meer kent, die haar kruiden voornamelijk in gepatenteerde sausfleschjes, haar groenten in blik, haar politiek in slagzinnen, haar religie in gemakkelijke en vereenvoudigde vormen en haar literatuur in bevattelijke richtingen kent, de ware en de beste wereld is?"

En het hoofdstuk eindigt met:
"Ga op avontuur met de marjolein, de tijm en de pimpernel, de kervel en de basilicum, de dragon en de kruizemunt als ge wat van koken wilt leeren verstaan, ge kunt er eeuwenoude en troostrijke werken des vredes mee verrichten; het kost niets, slechts liefde, zorg en kennis, in een woord, goede wereldsche beschaving; datgene, wat Europa dezer dagen zoo bitter noodig blijkt te hebben."

maandag 8 oktober 2012

Travels with Charley

Ik heb John Steinbecks Travels with Charley ontdekt via Geert Mak's Reizen zonder John, waarin hij de reis van John Steinbeck door Amerika nareist. Hoe ingewikkeld kun je tot een boek komen? Maar deze minireis was zeer de moeite. Het boek van Geert Mak vond ik interessant, omdat hij vooral ingaat op het huidige Amerika, met ontwikkelingen die soms huiveringwekkend lijken op de onze.

Maar dan het origineel van John Steinbeck. Wat een prachtig boek is dat. Met zinnen als:  "through my own efforts I am lost most of the time wihtout any help from anyone." Ik hou van dat soort taal die heel precies iets beschrijft, maar ook op andere niveaus te lezen is.

Of geweldige macho taal als deze: "If I were hungry, I would happily hunt anything that runs or crawls or flies, even relatives, and tear them down with my teeth."

Lezen dus.

zaterdag 9 juni 2012

Omdat het niet anders kan

Besluiten wie je favoriete dichter is, is bijna net zo onmogelijk als besluiten wie je beste vriend is. En bijna net zo ridicuul. Als je toch probeert te bedenken wie er favoriet is, komen alle oude geliefden weer eens langs. Mijn eerste kennismaking met de poëzie was een gedicht van Neeltje Maria Min.

Mijn moeder is mijn naam vergeten, mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?
Noem mij, bevestig mijn bestaan, laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan, o, noem mij bij mijn diepste naam. 
Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Neeltje Maria Min, De Gedichten Uitgeverij Bert Bakker Amsterdam ISBN 90 351 0818 3

Jarenlang is dit gedicht voor mij het ultieme geweest. De eenvoud en het ritme vond en vind ik indrukwekkend, en ik schreef het in ieder nieuw dagboek op de eerste pagina. Nog altijd ben ik van mening dat er geen woord teveel in staat. En dat is voor mij een van de kenmerken van goede poëzie.

Gerrit Kouwenaar is de eerste dichter van wie ik dingen las die ik onbegrijpelijk vond, maar desondanks zo mooi dat ik bij het lezen alsmaar dacht "als je toch zo naar de wereld kunt kijken en wat je ziet kunt weergeven in een taal die zo loepzuiver is." Alleen al de titel van een van zijn bundels, "de tijd staat open", blijft me overvallen, omdat zich telkens aan me opdringt dat je dit op geen enkele andere manier zou kunnen zeggen. Opvallend is ook het gedachtestreepje waarmee hij zijn gedichten eindigt, alsof er nooit echt een einde aan komt.

Men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis
nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen

men moet nog boodschappen doen voor het donker
de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder

men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters
een harnas aanmeten, ijswater koken leren

men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen
zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen

men moet nog een kuil graven voor een vlinder
het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge -

Gerrit Kouwenaar, De tijd staat open, gedichten Querido ISBN 90 214 7158 2

Als laatste wil ik Esther Jansma noemen om de ongelofelijk standvastige breekbaarheid van haar beelden. Ze staan als een huis, maar lijken opgebouwd uit spinnendraad.

Afwezigheid
Zoals rozen openen, je ziet het niet,
een roos is een roos is, is plotseling weten:
wat werd gezegd zegt zich weer, missen
is veelvoud, blijft opengaan in het nu
En je begrijpt niet hoe. Je ligt in het hart
en je wachten niets zoekt je, niets
slaapt je naar het licht, blijft zich ontvouwen
terwijl het valt in zichzelf.

Esther Jansma Hier is de tijd De Arbeiderspers ISBN 90 295 2283 6

zondag 18 maart 2012

Het schrijven van een c.v. - Wislawa Szymborska

Wat moet je doen?
Je moet een aanvraag indienen
en bij die aanvraag een c.v. insluiten.

Ongeacht de lengte van het leven
moet het c.v. kort zijn.

Bondigheid en selectie zijn verplicht.
Vervang landschappen door adressen
en wankele herinneringen door muurvaste data.

Van alle liefdes volstaat de echtelijke,
en van de kinderen alleen die welke geboren zijn.

Wie jou kent is belangrijker dan wie jij kent.
Reizen alleen indien buitenslands.
Lidmaatschappen waarvan, maar niet waarom.
Onderscheidingen zonder waarvoor.

Schrijf zo alsof je nooit met jezelf hebt gepraat
en ver uit je eigen buurt bent gebleven.

Ga zwijgend voorbij aan honden, katten en vogels,
rommeltjes van vroeger, vrienden en dromen.

Liever de prijs dan de waarde,
de titel dan de inhoud.

Eerder de schoenmaat dan waarheen hij loopt,
hij voor wie jij doorgaat.
Daarbij een foto met één oor vrij.
Zijn vorm telt, niet wat het hoort.
Wat hoort het dan?
Het dreunen van de papiervernietigers.

donderdag 15 maart 2012

What we don't know can hurt us

Onze voedingsindustrie heeft er een handje van om ons massaal voor de gek te houden. Margarine dat zogenaamd beter voor ons is dan boter zit vol met transvet. Bruin brood wordt soms gemaakt van wit meel met kleurstof. Bestrijdingsmiddelen heten tegenwoordig beschermingsmiddelen,.

Deze week las ik een interessante column van
Mark Bittman getiteld "The Human Cost of Animal Suffering". De column gaat over de ervaringen van Timothy Pachirat, een politicoloog, die vijf maanden undercover heeft gewerkt in een grote geïndustrialiseerde slachterij in Amerika. Dit heeft hij gedaan om onderzoek te doen naar de vraag hoe geweld in onze maatschappij genormaliseerd wordt. Onder andere door alle oncomfortabele waarheden buiten beeld te houden, is één van zijn conclusies. Wat niet weet, dat niet deert.

Helaas gaat dat voor ons voedsel niet meer op. Wat niet weet, dat deert juist wel, omdat het niet weten ervoor zorgt dat we niet de keuzes kunnen maken die we misschien zouden willen maken.


Lees die column. En als je daarna behoefte hebt aan iets positiefs en wilt weten hoe het ook zou kunnen, kijk dan naar Vandana Shiva

dinsdag 13 maart 2012

Let's be unrealistic dreamers

This morning I read a tweet from Mark Bittman with a link to a speech by Haruki Murakami. Of course the speech was brilliant. I believe almost everything the man writes is brilliant (sorry I am a huge fan). But what also made me read the whole speech while drinking my coffee, is that it said the English translation of the speech was produced as part of a collaborative translation project entitled Planting Seeds Together.

I find it so inspirational that people all over the world, who very often don't know each other, come together on subjects that are important to them. They share their attention, their time and their knowledge to do things that matter. Internet in itself has always allowed us to do so, but social media such as twitter and facebook have made it so much easier.

Besides writing about the nuclear disaster in Japan, Murakami writes so beautifully on the power (dangerous when misused) of communication.

From the speech:

"We had gone beyond the point of no return. The deed was done. Those who doubted nuclear power generation were now asked the intimidating question, “Would you be in favour of power shortages?” Consequently, those who harbour doubts about nuclear power generation came to be labelled as “unrealistic dreamers”. And so we arrived where we are today. Nuclear power plants, which were supposed to be efficient, instead offer us a vision of hell. This is the reality. The so-called “reality” that has been proclaimed by those who promote nuclear power however, isn’t reality at all. It is nothing more than superficial “convenience”, which their flawed logic confused with reality itself."

And

"How wonderful it would be if we could build a house of “unrealistic dreamers” and forge a “community of spirit” that would transcend both country and culture. I believe this would be the starting point for our rebirth, as we have experienced many natural disasters and wanton acts of terrorism in recent times. We must not be afraid to dream. We should never allow the crazed dogs named “efficiency” and “convenience” to catch up with us. We must be “unrealistic dreamers”, who stride forward vigorously. Human beings will die and disappear, but humanity will prevail and will be constantly regenerated. Above all, we must believe in this force."

Look here for the whole speech.

donderdag 10 november 2011

En nog een tip

Een ander boek, dat ik recentelijk gelezen heb is Jihad met sambal van Step Vaessen. Step Vaessen werd in 1997 correspondent in Indonesië. Sinds 2006 is ze correspondent voor de Arabische zender Al Jazeera. Step Vaessen was ook één van de zomergasten van afgelopen jaar waar ik met veel plezier naar gekeken heb.

Jihad met sambal vertelt het persoonlijke verhaal van haar correspondentschap, de dood van haar man, haar leven met haar zoon in Indonesië en het journalistieke verhaal over Indonesië en de ontwikkeling en invloed van de Islam in dat land. Mede omdat ik in Indonesië(althans een klein deel ervan) geweest ben in 1996, dus net voordat zij haar correspondentschap begon, vond ik het leuk om te lezen over de veranderingen in dat land.

Step weet de geuren en kleuren van het land levendig over te brengen en schrikt er niet voor terug om het persoonlijke met het journalistieke verhaal te mengen. Er zijn recensenten die zich hieraan storen, maar ik denk dat juist die persoonlijke blik ervoor zorgt dat je de clichés uit de krant niet opnieuw voorgeschoteld krijgt in een boek. Daarvoor lees ik de krant wel.

woensdag 9 november 2011

Voor de boekenliefhebbers onder ons

Een boek dat ik pas gelezen heb en fantastisch vond is XY van Sandro Veronesi. Het gaat over een klein dorpje in Italië in de bergen waar een vreselijke gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Twee mensen, een priester en een jonge psychiater proberen de overgebleven inwoners van het dorp te helpen met het verwerken van deze gebeurtenis en zelf te begrijpen wat er gebeurd is en waarom. Wat er gebeurd is, is zo absurd, dat het er niet om gaat een dader te vinden, dat is onmogelijk. Het boek gaat meer over de vraag hoe we als mens omgaan met dingen die we niet kunnen bevatten. Bijna aan het eind staat een prachtige zin, die twee mogelijke opties geeft:

"Je moet alles begrijpen. Anders moet je alles geloven."

En het boek eindigt met een mooi klein verhaal, dat twee personages beschrijft die volgens de schrijver voorkomen in het script van de psychologie de Unendliche Aufgabe (mij niet bekend, maar dat ga ik nu natuurlijk opzoeken): de boer of de reiziger.

"Of je bent de reiziger die op het land verdwaalt of je bent de boer die de grond omhakt of je bent de reiziger die op de boer toeloopt en hem de weg vraagt naar het dichtstbijzijnde station alstublieft of de boer die doorgaat met hakken en vriendelijk antwoordt dat hij het niet weet of je bent de reiziger die hem dan de weg vraagt naar de dichtstbijzijnde bushalte of de boer die doorgaat met hakken en vriendelijk antwoordt dat hij dat ook niet weet of je bent de reiziger die op dat moment tegen de boer zegt sorry maar u weet werkelijk helemaal niets of je bent de boer die zo is met die enorme kracht of je bent de reiziger die de boer ervan beschuldigt niets te weten of je bent de boer die vriendelijk antwoordt terwijl hij doorgaat met hakken ja mijnheer dat is waar mijnheer ik weet niets mijnheer maar degene die verdwaald is dat bent u."

vrijdag 7 oktober 2011

Kijken naar New York, luisteren naar Schubert

De Zweedse dichter Tomas Tranströmer heeft de nobelprijs voor de literatuur gewonnen. In de Volkskrant van vandaag staat een gedicht van hem dat ik erg mooi vind. Vertaald door Bernlef. Voor de liefhebber.

Schubertiana 1

In het avondduister op een plek buiten New York,
een uitzichtpunt van waaruit je met één enkele blik
de huizen van acht miljoen mensen kunt omvatten.
De reuzenstad daarginds is een langgerekte flikkerende sneeuwbui,
een spiraalnevel van opzij.
In het binnenste van de nevel worden koffiekopjes over
de toonbank geschoven, bedelen etalages bij voorbijgangers,
een krioelen van schoenen dat geen enkel spoor achterlaat.
De klimmende brandtrappen, de liftdeuren die dichtglijden,
achter deuren met veiligheidssloten een voortdurende stortvloed
van stemmen.
Ineengezakte lichamen dutten in de subwaywagons, de
voortstormende catacomben.
Ik weet ook buiten alle statistiek om dat op ditzelfde moment
ergens daarginds in een kamer Schubert gespeeld wordt en dat
voor iemand die tonen werkelijker zijn dan al het andere.

Uit: De herinneringen zien mij. Verzamelde gedichten / Memoires. Vertaling Bernlef. De Bezige Bij, 2002.)

zondag 1 mei 2011

Yoko Ogawa over de ontdekking van het cijfer 0

................. of hoe zelfs een absolute alfa zoals ik, wiskunde mooi kan vinden

"The ancient Greeks thougth there was no need to count something that was nothing. And since it was nothing, they held that it was impossible to express it as a figure. So someone had to overcome this reasonable assumption, someone had to figure out how to express nothing as a number. An unknown man from India made nonexistence exist."

maandag 26 juli 2010

The Bluest eye

Mooie zin uit The Bluest eye van Toni Morrison: "There is really nothing more to say - except why. But since why is difficult to handle, one must take refuge in how."